Svenska
Zweeds leren met Flashcardly
184 lessen en 2.208 Zweedse woorden, elk met een afbeelding en native audio. De lessen zijn opgedeeld in delen van vijf minuten, en elk woord komt terug om te herhalen voordat je het vergeet.
- 184 lessen
- 2.208 woorden
- 12 woorden per les
12 Zweedse woorden uit de eerste lessen
Echte kaarten uit de cursus, vanaf les 1. Tik op een kaart om het woord te horen, of speel de voorbeeldzin eronder af.
-
Hej, hur mår du?
Hallo, hoe gaat het?
Les 1 · Begroetingen
-
Min vän tycker om att läsa böcker.
Mijn vriend leest graag boeken.
Les 2 · Mensen & aanspreekvormen
-
Bebisen behöver mjölk.
De baby heeft melk nodig.
Les 2 · Mensen & aanspreekvormen
-
De äter äpplen.
Zij eten appels.
Les 5 · Alledaagse werkwoorden — basishandelingen
-
Nej, tre är för mycket.
Nee, drie is te veel.
Les 7 · Cijfers
-
Den stora hunden kan hoppa.
De grote hond kan springen.
Les 14 · Bijvoeglijke naamwoorden & tegenstellingen
-
Vi sover på natten.
Wij slapen 's nachts.
Les 17 · Tijdswoorden — dag, nacht, jaar
-
Jag behöver en läkare!
Ik heb een dokter nodig!
Les 18 · Veiligheid & hulp
-
Du kan boka ett hotell online.
Je kunt online een hotel boeken.
Les 32 · Plekken in de stad
-
Jane jobbar på kaféet.
Jane werkt in het café.
Les 32 · Plekken in de stad
-
Har du packat din resväskan redan?
Heb je je koffer al ingepakt?
Les 35 · Alledaagse voorwerpen
-
Folk går över bron.
Mensen lopen over de brug.
Les 39 · Routebeschrijving — herkenningspunten
Wat er in de cursus Zweeds zit
- 184 lessen, 2.208 woorden. Elke les leert je 12 woorden in 3 delen van 4. Zo werken de lessen
- Een afbeelding en native audio bij elk woord. In elke cursus staan dezelfde illustraties.
- Gespreide herhaling. Elk woord dat je leert, gaat door zes herhaalbakjes, van dagelijks tot ongeveer eens per maand. Zo werkt het herhalen
- Zelfstandige naamwoorden leer je met hun lidwoord, bijvoorbeeld en vän (de vriend).
Alle 184 lessen op volgorde
Elke cursus volgt hetzelfde leerpad. De lestitels staan hier in het Nederlands, net als in de app; de woorden leer je in het Zweeds.
- 1 Begroetingen
- 2 Mensen & aanspreekvormen
- 3 Tijd — basis
- 4 Namen & herkomst
- 5 Alledaagse werkwoorden — basishandelingen
- 6 Beleefde verzoeken
- 7 Cijfers
- 8 Begrijpen & verduidelijken
- 9 Aanwijzen & verwijswoorden
- 10 Korte gesprekjes
- 11 Alledaagse werkwoorden — communiceren & denken
- 12 Werkwoorden — sociaal & informeel communiceren
- 13 Werkwoorden — geluid & lichaamstaal
- 14 Bijvoeglijke naamwoorden & tegenstellingen
- 15 Alledaagse bezigheden
- 16 Tijd & kalenders
- 17 Tijdswoorden — dag, nacht, jaar
- 18 Veiligheid & hulp
- 19 Alledaagse werkwoorden — werk, beweging & plannen
- 20 Cijfers 11–100
- 21 Cijfers — tientallen & grote getallen
- 22 Rangtelwoorden 1–12
- 23 Frequentie & routine
- 24 Frequentie & hoeveelheid 2
En nog 160 lessen, tot en met les 184: Navertellen oefenen — afsluitende zinnen. 184 lessen, 552 delen, 2.208 woorden.
Alle 184 lessen tonen
- 25 Tijdsaanduidingen — eerder & later
- 26 Maanden & data
- 27 Beweging & positie 3
- 28 Alledaagse actiewerkwoorden 2
- 29 Werkwoorden — beweging & spel
- 30 Werkwoorden — praktisch & functioneel
- 31 Waar is & ergens komen
- 32 Plekken in de stad
- 33 Openbare gebouwen & bezienswaardigheden
- 34 Routebeschrijving — basis
- 35 Alledaagse voorwerpen
- 36 Materialen — hout, metaal, plastic
- 37 Routebeschrijving 2
- 38 In de stad & positie
- 39 Routebeschrijving — herkenningspunten
- 40 Kaart & oriëntatie
- 41 Weer & seizoenen
- 42 Lucht, zon & sterren
- 43 Weer & voorspelling 2
- 44 Natuur & plekken
- 45 Bomen, bloemen & planten
- 46 De wereld — aardrijkskunde basis
- 47 Strand & weer
- 48 Vervoer — basis
- 49 Auto's, vrachtwagens & fietsen
- 50 Vliegtuigen, boten & schepen
- 51 Geld & betalen
- 52 Reisgeld
- 53 Winkels & boodschappen
- 54 Café & restaurant 1
- 55 Restaurant 2
- 56 Kleding & maten
- 57 Kleuren — voorbij de basis
- 58 Thuis & basisbenodigdheden 1
- 59 Gezondheid — basis
- 60 Diensten in de stad
- 61 Verloren & gevonden — basis
- 62 Beroepen — dienstverlening & vakmanschap
- 63 Beroepen — creatief & kantoor
- 64 Beroepen — technisch & publiek
- 65 Openbare borden & mededelingen
- 66 Bankieren & geldautomaten
- 67 Thuis & basisbenodigdheden 2
- 68 Voorwerpen thuis — apparaten & meubels
- 69 Ruimtes & onderdelen van het huis
- 70 Huishoudelijke bezigheden
- 71 Koken & keukenwerkwoorden
- 72 Was & schoonmaken
- 73 Reparaties & onderhoud
- 74 Persoonlijke verzorging
- 75 Lichaamsdelen
- 76 Bovenlichaam & gezicht
- 77 Handen, voeten & gewrichten
- 78 Lichaam & fitness
- 79 Uitgaansleven
- 80 Symptomen & pijn
- 81 Pijntjes, wondjes & eerste hulp
- 82 Stroom & elektriciteit
- 83 Rekeningen & nutsvoorzieningen thuis
- 84 Alledaagse administratie
- 85 Cijfers — groter & verder
- 86 Eten — basis
- 87 Burgers, pizza & fastfood
- 88 Stevige & troostrijke gerechten
- 89 Veelvoorkomend fruit
- 90 Veelvoorkomende groenten
- 91 Kookingrediënten & smaakmakers
- 92 Zoete snacks & tropisch fruit
- 93 Drankjes & café
- 94 Smaak & voeding
- 95 Maaltijden & eetmomenten
- 96 De vijf zintuigen
- 97 Markt & boodschappen
- 98 Keuken & serviesgoed
- 99 Winkelpraat
- 100 Verpakkingen
- 101 Hoeveelheden — plakje, stapel & hoop
- 102 Kledingstukken
- 103 Kleding — tops, truien & buitenkleding
- 104 Kleding — schoeisel & speciale kleding
- 105 Kledingaccessoires
- 106 Leuk & niet leuk vinden
- 107 Voorkeuren & keuzes
- 108 Voorkeuren in context 2
- 109 Meningen 1
- 110 Complimenten & reacties
- 111 Gevoelens 1
- 112 Gevoelens 2
- 113 Lichaamstoestand & temperatuur
- 114 Small talk — openingszinnen
- 115 Small talk — verdieping
- 116 Instemmen & geruststellen
- 117 Beleefd oneens zijn
- 118 Uitnodigingen & plannen
- 119 Afspraken & planningen
- 120 Bevestiging vragen
- 121 Dagelijkse routine
- 122 Mensen & beschrijvingen
- 123 Dingen beschrijven — praktische bijvoeglijke naamwoorden
- 124 Plekken & uitzichten
- 125 Vormen & patronen
- 126 Leren & studiegewoonten
- 127 Adres & gebouwdetails
- 128 Gereedschap in huis
- 129 Kleine apparaten
- 130 Elektronica & gadgets
- 131 Familie & vrienden
- 132 Uitgebreide familie & relaties
- 133 Familie — rollen & levensgebeurtenissen
- 134 Op bezoek & gastheer zijn
- 135 Feesten & feestdagen
- 136 Werkplek & beroepsleven
- 137 Huisdieren & dieren
- 138 Veelvoorkomende dieren
- 139 Wilde natuur
- 140 Onderhoud & gereedschap in huis
- 141 Financiën & geldbeheer
- 142 Bureaucratie & basiszaken
- 143 Problemen oplossen & noodgevallen
- 144 Stadsvervoer & woon-werkverkeer
- 145 Zakendoen & handel
- 146 Technologie & hardware
- 147 Digitaal leven & connectiviteit
- 148 Hobby's & vrije tijd
- 149 Muziek & instrumenten
- 150 Creatieve hobby's
- 151 Hobby's buiten
- 152 Sport & spel
- 153 Sportwerkwoorden — op het veld
- 154 Spelletjes & puzzels
- 155 Sport — balspelen
- 156 Sport — buiten & actie
- 157 Prestaties — winnaars & prijzen
- 158 Entertainment thuis
- 159 Entertainment buitenshuis
- 160 Films, tekenfilms & genres
- 161 Digitaal leven 1
- 162 Kranten & media
- 163 Gemeenschap & buurt
- 164 School & klaslokaal — basis
- 165 Schoolvakken
- 166 Klaslokaal — boeken, pagina's & les
- 167 Schoolspullen
- 168 Op het station
- 169 Vliegen
- 170 Hotels & verblijf
- 171 De weg vinden in de stad
- 172 Platteland & natuur
- 173 Heelal & kosmos
- 174 Bezienswaardigheden & rondleidingen
- 175 Reisplannen
- 176 Postkantoor & post versturen
- 177 Praten over het verleden 1 — tijdsankers
- 178 Praten over het verleden 2 — vertellen wat er gebeurde
- 179 Verhaalvolgorde — een miniverhaal maken
- 180 Redenen & gevolgen — oorzaak en gevolg
- 181 Advies geven — vriendelijke suggesties
- 182 Persoonlijke plannen & beloften — de nabije toekomst
- 183 Problemen aanpakken — snelle oplossingen
- 184 Navertellen oefenen — afsluitende zinnen
Vragen over Zweeds leren
Kan ik met Flashcardly gratis Zweeds leren?
Ja. Met het gratis plan krijg je elke dag drie nieuwe lessen, plus onbeperkt herhalen, oefenen en voltooide lessen opnieuw doen, voor altijd. Pro ontgrendelt onbeperkt lessen, onbeperkte AI-grammatica, AI-decks, oefenen met je eigen decks en extra reeksbevriezingen.
Hoe lang duurt een les?
Elk van de 184 lessen leert je 12 woorden, verdeeld over 3 delen van 4 woorden. Een deel duurt ongeveer vijf minuten.
Heeft de cursus Zweeds audio?
Ja. Elk Zweedse woord in de cursus heeft native audio, net als de voorbeeldzinnen die je bij de woorden op deze pagina ziet. Tik hierboven op een woord om het te horen.
Hoeveel Zweedse woorden leer ik?
De cursus heeft 2.208 woorden verdeeld over 184 lessen, elk met een afbeelding. Woorden die je leert, komen terug volgens een schema van gespreide herhaling, zodat ze blijven hangen.
Waarom het werkt: de wetenschap achter Flashcardly.