Natuur & planten in het Engels
De natuur in het Engels: forest (het bos), river (de rivier), lake (het meer), mountain (de berg), tree (de boom), flower (de bloem). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 44, 45 en 172 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 36 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Natuur & planten in het Engels: alle 36 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 44 · Natuur & plekken 12 woorden
- forest het bos
A forest is full of trees.
Een bos staat vol met bomen.
- river de rivier
The river has cool, clear water.
De rivier heeft koel, helder water.
- lake het meer
She swims in the deep lake.
Ze zwemt in het diepe meer.
- mountain de berg
They climbed the tall mountain.
Ze beklommen de hoge berg.
- nature de natuur
Peter loves the nature.
Peter houdt van de natuur.
- coast de kust
This is a beautiful coast.
Dit is een prachtige kust.
- island het eiland
He lives on a small island.
Hij woont op een klein eiland.
- desert de woestijn
A desert is a very dry place.
Een woestijn is een erg droge plek.
- valley de vallei
The valley is green and wide.
De vallei is groen en breed.
- waterfall de waterval
They saw a beautiful waterfall.
Ze zagen een prachtige waterval.
- cliff de klif
That cliff is very high.
Die klif is erg hoog.
- meadow de weide
She likes to walk in meadows.
Ze houdt ervan om in weiden te wandelen.
Les 45 · Bomen, bloemen & planten 12 woorden
- tree de boom
The dog sleeps under the tree.
De hond slaapt onder de boom.
- flower de bloem
The red flower is beautiful.
De rode bloem is mooi.
- leaf het blad
A leaf fell from the tree.
Er viel een blad van de boom.
- grass het gras
The cow eats the grass.
De koe eet het gras.
- plant de plant
The plant has green leaves.
De plant heeft groene bladeren.
- rock de rots
The man lifted the heavy rock.
De man tilde de zware rots op.
- stone de steen
I found a heavy stone.
Ik heb een zware steen gevonden.
- branch de tak
The bird sits on the branch.
De vogel zit op de tak.
- root de wortel
This plant has a long root.
Deze plant heeft een lange wortel.
- seed het zaad
The farmer plants the seed.
De boer plant het zaad.
- bush de struik
The bird hides in the bush.
De vogel verstopt zich in de struik.
- wood het hout
I need wood for the fire.
Ik heb hout nodig voor het vuur.
Les 172 · Platteland & natuur 12 woorden
- countryside het platteland
He likes the quiet countryside.
Hij houdt van het rustige platteland.
- village het dorp
My grandparents live in a small village.
Mijn grootouders wonen in een klein dorp.
- field het veld
They play in the field.
Ze spelen in het veld.
- woods het bos
This is a lovely walk in woods.
Dit is een heerlijke wandeling in het bos.
- pasture de wei
She saw cows in the pasture.
Ze zag koeien in de wei.
- stream de beek
I like the sound of a stream.
Ik hou van het geluid van een beek.
- path het pad
The path leads to the house.
Het pad leidt naar het huis.
- trail het bospad
They walk the forest trail together.
Ze lopen samen over het bospad in het bos.
- picnic de picknick
A picnic is a fun outdoor lunch.
Een picknick is een leuke lunch in de buitenlucht.
- wildlife de natuur
She loves to photograph wildlife.
Ze houdt ervan om de natuur te fotograferen.
- farmhouse de boerderij
You can see the old farmhouse.
Je kunt de oude boerderij zien.
- viewpoint het standpunt
They shared their viewpoint with me.
Ze deelden hun standpunt met mij.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Engelse flashcards
Engelse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Alfabet
Natuur & planten in andere talen