Plekken in de stad in het Engels
Plekken in de stad in het Engels: station (het station), hotel (het hotel), pharmacy (de apotheek), bank (de bank), supermarket (de supermarkt), hospital (het ziekenhuis). Hieronder staan alle 48 woorden over dit onderwerp uit de lessen 32, 33, 38 en 39 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 48 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Plekken in de stad in het Engels: alle 48 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 32 · Plekken in de stad 12 woorden
- station het station
They wait at the train station.
Ze wachten op het station.
- bus stop de bushalte
The bus stop is nearby.
De bushalte is vlakbij.
- subway station de metrohalte
This subway station is very crowded.
Deze metrohalte is erg druk.
- hotel het hotel
You can book a hotel online.
Je kunt online een hotel boeken.
- pharmacy de apotheek
Mark works at the pharmacy.
Mark werkt bij de apotheek.
- bank de bank
He goes to the bank.
Hij gaat naar de bank.
- restroom het toilet
This is a clean restroom.
Dit is een schoon toilet.
- supermarket de supermarkt
We buy food at the supermarket.
Wij kopen eten in de supermarkt.
- restaurant het restaurant
They like that restaurant a lot.
Ze vinden dat restaurant erg leuk.
- café het café
Jane works at the café.
Jane werkt in het café.
- park het park
She likes the green park.
Ze houdt van het groene park.
- hospital het ziekenhuis
A hospital helps sick people.
Een ziekenhuis helpt zieke mensen.
Les 33 · Openbare gebouwen & bezienswaardigheden 12 woorden
- airport de luchthaven
We arrived at the airport.
We kwamen aan op de luchthaven.
- stadium het stadion
We went to the stadium.
Wij gingen naar het stadion.
- factory de fabriek
This factory makes clothes.
Deze fabriek maakt kleding.
- university de universiteit
She studies at the university.
Zij studeert aan de universiteit.
- college de hogeschool
She studies at the college.
Zij studeert aan de hogeschool.
- club de club
We joined the sports club.
We zijn lid geworden van de sportclub.
- prison de gevangenis
The criminal escaped from prison.
De crimineel is uit de gevangenis ontsnapt.
- tower de toren
I see the tall tower.
Ik zie de hoge toren.
- mall het winkelcentrum
I bought shoes at the mall.
Ik heb schoenen gekocht in het winkelcentrum.
- town hall het gemeentehuis
We met at the town hall.
We hebben afgesproken bij het gemeentehuis.
- police station het politiebureau
I see the police station.
Ik zie het politiebureau.
- fire station de brandweerkazerne
I live near the fire station.
Ik woon vlak bij de brandweerkazerne.
Les 38 · In de stad & positie 12 woorden
- above boven
The sun is above the mountain.
De zon staat boven de berg.
- below onder
The village is below the mountain.
Het dorp ligt onder de berg.
- on top bovenop
The box is on top.
De doos staat bovenop.
- near vlakbij
I live near the river.
Ik woon vlakbij de rivier.
- in the middle in het midden
He stands in the middle.
Hij staat in het midden.
- inside binnen
The dog is inside the house.
De hond is binnen in het huis.
- place de plek
We found a safe place.
We hebben een veilige plek gevonden.
- store de winkel
We buy food at the store.
Wij kopen eten in de winkel.
- house het huis
The family lives in that house.
Het gezin woont in dat huis.
- bus station het busstation
I wait at the bus station.
Ik wacht bij het busstation.
- city center het stadscentrum
I live near the city center.
Ik woon vlak bij het stadscentrum.
- shopping mall het winkelcentrum
The shopping mall is very big.
Het winkelcentrum is erg groot.
Les 39 · Routebeschrijving — herkenningspunten 12 woorden
- fountain de fontein
That fountain has very clear water.
Die fontein heeft heel helder water.
- roundabout de rotonde
This roundabout helps the traffic.
Deze rotonde helpt het verkeer.
- crossroads de kruising
We stopped at the crossroads.
We stopten bij de kruising.
- bridge de brug
People walk across the bridge.
Mensen lopen over de brug.
- tunnel de tunnel
The car drives through a tunnel.
De auto rijdt door een tunnel.
- stop sign het stopbord
You need to respect the stop sign.
Je moet je aan het stopbord houden.
- overpass het viaduct
They built an overpass near home.
Ze hebben bij ons in de buurt een viaduct gebouwd.
- underpass de tunnel
We will walk through the underpass.
We lopen door de tunnel.
- landmark de bezienswaardigheid
The landmark is near the river.
De bezienswaardigheid ligt vlak bij de rivier.
- traffic sign het verkeersbord
This traffic sign means stop.
Dit verkeersbord betekent stoppen.
- statue het standbeeld
He saw the beautiful statue.
Hij zag het prachtige standbeeld.
- monument het monument
They visited the tall monument.
Ze bezochten het hoge monument.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Engelse flashcards
Engelse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Alfabet
Plekken in de stad in andere talen