Dagen van de week in het Frans
De dagen van de week in het Frans: lundi (maandag), mardi (dinsdag), mercredi (woensdag), jeudi (donderdag), vendredi (vrijdag), samedi (zaterdag), dimanche (zondag). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 16 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Dagen van de week in het Frans: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 16 · Tijd & kalenders 12 woorden
- lundi maandag
Lundi est le premier jour.
Maandag is de eerste dag.
- mardi dinsdag
Mardi est toujours amusant.
Dinsdag is altijd leuk.
- mercredi woensdag
Elle rentre mercredi.
Ze gaat woensdag naar huis.
- jeudi donderdag
Il vient jeudi.
Hij komt op donderdag.
- vendredi vrijdag
Vendredi est le meilleur jour.
Vrijdag is de beste dag.
- samedi zaterdag
Je pars samedi.
Ik vertrek op zaterdag.
- dimanche zondag
Je vais me reposer dimanche.
Ik ga op zondag uitrusten.
- un jour de semaine de doordeweekse dag
Elle travaille tous les matins, les jours de semaine.
Ze werkt elke doordeweekse ochtend.
- le week-end het weekend
Qui n'aime pas le week-end ?
Wie houdt er niet van het weekend?
- tous les jours dagelijks
On lit le journal tous les jours.
Wij lezen dagelijks de krant.
- toutes les semaines wekelijks
Je regarde les infos toutes les semaines.
Ik kijk meestal wekelijks naar het nieuws.
- mensuel maandelijks
Ils paient le prix mensuel.
Zij betalen de maandelijkse prijs.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Franse flashcards
Franse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Dagen van de week in andere talen