Kleding in het Frans

Kleding in het Frans: une chemise (het shirt), un pantalon (de broek), une robe (de jurk), une chaussure (de schoenen), un manteau (de jas), un chapeau (de hoed). Hieronder staan alle 41 woorden over dit onderwerp uit de lessen 102, 103, 104 en 56 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 41 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Kleding in het Frans: alle 41 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 102 · Kledingstukken 12 woorden

  • une chemise het shirt

    Où achètes-tu tes chemises ?

    Waar koop jij je shirts?

  • un T-shirt het T-shirt

    Il porte son T-shirt préféré.

    Hij draagt zijn favoriete T-shirt.

  • un pantalon de broek

    Quel pantalon choisirais-tu ?

    Welke broek zou jij kiezen?

  • un jean de spijkerbroek

    Les jeans bleus sont toujours populaires.

    Blauwe spijkerbroeken zijn nog steeds populair.

  • une robe de jurk

    Elle porte une jolie robe.

    Ze draagt een mooie jurk.

  • une jupe de rok

    Tu trouves que cette jupe est courte ?

    Vind je dat deze rok kort is?

  • une chaussure de schoenen

    Il a toujours de nouvelles chaussures.

    Hij heeft altijd nieuwe schoenen.

  • une botte de laarzen

    Ils portent souvent leurs bottes.

    Ze dragen hun laarzen vaak.

  • les chaussettes de sokken

    Des chaussettes chaudes sont importantes.

    Warme sokken zijn belangrijk.

  • un manteau de jas

    Ton manteau est très élégant.

    Je jas is erg elegant.

  • une veste de jas

    Tu portes une veste bleue.

    Je draagt een blauwe jas.

  • un chapeau de hoed

    Quand as-tu acheté ce chapeau ?

    Wanneer heb je die hoed gekocht?

Les 103 · Kleding — tops, truien & buitenkleding 12 woorden

  • un pull de trui

    J'ai besoin d'un pull chaud.

    Ik heb een warme trui nodig.

  • un sweat à capuche de hoodie

    Le garçon porte un sweat à capuche chaud.

    De jongen draagt een warme hoodie.

  • un chemisier de blouse

    La femme porte un chemisier blanc.

    De vrouw draagt een witte blouse.

  • un gilet het vest

    L'homme porte un gilet noir.

    De man draagt een zwart vest.

  • un débardeur het hemdje

    L'homme porte un débardeur.

    De man draagt een hemdje.

  • un gilet het vest

    Elle porte un gilet chaud.

    Zij draagt een warm vest.

  • un sweat-shirt de sweater

    Elle a acheté un nouveau sweat-shirt.

    Ze heeft een nieuwe sweater gekocht.

  • un survêtement het trainingspak

    Elle porte un survêtement pour faire du sport.

    Ze draagt een trainingspak om te sporten.

  • un peignoir de badjas

    L'homme porte un long peignoir.

    De man draagt een lange badjas.

  • un pyjama de pyjama

    Elle dort en pyjama.

    Ze slaapt in haar pyjama.

  • un costume het kostuum

    Le danseur porte un costume coloré.

    De danser draagt een kleurrijk kostuum.

  • un uniforme het uniform

    Les élèves portent un uniforme.

    De studenten dragen een uniform.

Les 104 · Kleding — schoeisel & speciale kleding 12 woorden

  • les baskets de sneakers

    Je porte des baskets pour faire du sport.

    Ik draag sneakers voor het sporten.

  • les sandales de sandalen

    Elle a acheté de nouvelles sandales.

    Ze heeft nieuwe sandalen gekocht.

  • les pantoufles de slippers

    Je porte des pantoufles à la maison.

    Ik draag slippers in huis.

  • un maillot de bain de zwemkleding

    Elle a emballé son maillot de bain.

    Ze heeft haar zwemkleding ingepakt.

  • un casque de helm

    Il porte un casque pour se protéger.

    Hij draagt een helm voor zijn veiligheid.

  • une casquette de baseballpet

    Il porte une casquette bleue.

    Hij draagt een blauwe baseballpet.

  • une couronne de kroon

    Le roi porte une couronne d'or.

    De koning draagt een gouden kroon.

  • les lunettes de bril

    Il a cassé ses lunettes.

    Hij heeft zijn bril gebroken.

  • une poche de zak

    J'ai de l'argent dans ma poche.

    Ik heb geld in mijn zak.

  • une manche de mouw

    Ma manche est toute mouillée.

    Mijn mouw is erg nat.

  • un bouton de knoop

    J'ai perdu un bouton.

    Ik ben een knoop verloren.

  • une fermeture éclair de rits

    Mon sac a une fermeture éclair cassée.

    Mijn tas heeft een kapotte rits.

Les 56 · Kleding & maten 5 woorden

  • une taille de maat

    Cette taille est trop petite.

    Deze maat is te klein.

  • rentrer passen

    Elle rentre encore dans ses vieux jeans.

    Ze past nog steeds in haar oude spijkerbroek.

  • trop grand te groot

    Je trouve que cette chemise est trop grande.

    Ik vind dit shirt te groot.

  • trop petit te klein

    Malheureusement, cette chaussure est trop petite.

    Helaas is deze schoen te klein.

  • essayer passen

    On essaie de nouveaux chapeaux.

    Wij passen nieuwe hoeden.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Kleding in het Frans: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.