Keuken & koken in het Frans
Keukenwoorden in het Frans: une assiette (het bord), un bol (de kom), une fourchette (de vork), un couteau (het mes), une cuillère (de lepel), une marmite (de pot). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 98, 71 en 91 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 36 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Keuken & koken in het Frans: alle 36 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 98 · Keuken & serviesgoed 12 woorden
- une assiette het bord
Elle met la nourriture sur l'assiette.
Ze legt eten op een bord.
- un bol de kom
Ils mangent dans le bol.
Ze eten uit de kom.
- un pichet de kan
Je peux avoir ce pichet d'eau ?
Mag ik die waterkan hebben?
- une tasse de mok
Cette tasse est très chaude.
Deze mok is erg heet.
- une théière de theepot
Il a besoin d'une nouvelle théière.
Hij heeft een nieuwe theepot nodig.
- une fourchette de vork
Ils ont besoin d'une fourchette propre.
Ze hebben een schone vork nodig.
- un couteau het mes
Un couteau coupe la tomate.
Een mes snijdt de tomaat.
- une cuillère de lepel
J'ai une cuillère ici.
Ik heb hier een lepel.
- une serviette het servet
Elle utilise une serviette en papier.
Zij gebruikt een papieren servet.
- une marmite de pot
Ils cuisinent dans la marmite.
Ze koken in de pot.
- une poêle de pan
Tu as besoin d'une poêle propre.
Je hebt een schone pan nodig.
- une bouilloire de waterkoker
Cette bouilloire fait bouillir l'eau rapidement.
Deze waterkoker kookt snel water.
Les 71 · Koken & keukenwerkwoorden 12 woorden
- verser schenken
Elle verse de l'eau dans la tasse.
Zij schenkt water in het kopje.
- remuer roeren
Je remue la soupe chaude.
Ik roer in de hete soep.
- fendre hakken
L'homme fend le bois.
De man hakt het hout.
- tremper dopen
Elle trempe le chiffon dans l'eau.
Zij dopt de doek in het water.
- éplucher schillen
Elle épluche l'orange.
Zij schilt de sinaasappel.
- râper raspen
Elle râpe les légumes.
Zij raspt de groenten.
- une chaleur de hitte
Je sens la chaleur du feu.
Ik voel de hitte van het vuur.
- mélanger mengen
Je mélange le sel et l'eau.
Ik meng het zout en het water.
- tartiner besmeren
Elle tartine du beurre sur le pain.
Zij besmeert het brood met boter.
- fondre smelten
Le soleil fait fondre la glace.
De zon smelt het ijs.
- mesurer meten
Je mesure la longue corde.
Ik meet het lange touw.
- remplir vullen
Je remplis la tasse d'eau.
Ik vul de beker met water.
Les 91 · Kookingrediënten & smaakmakers 12 woorden
- sel het zout
Tu as besoin de sel pour la soupe.
Je hebt zout nodig voor de soep.
- sucre de suiker
Parfois, je mets du sucre dans mon thé.
Soms doe ik suiker in mijn thee.
- poivre de peper
Elle ajoute du poivre aux œufs.
Zij voegt peper toe aan de eieren.
- une huile de olie
Ils cuisinent toujours avec de l'huile.
Ze koken altijd met olie.
- beurre de boter
On aime le beurre sur le pain grillé.
Wij houden van boter op toast.
- farine de bloem
Je pense que cette recette a besoin de farine.
Ik denk dat dit recept bloem nodig heeft.
- vinaigre de azijn
Tu peux ajouter du vinaigre à n'importe quelle salade.
Je kunt aan elke salade azijn toevoegen.
- une sauce de saus
Il aime surtout la sauce piquante.
Hij houdt vooral van pittige saus.
- un ketchup de ketchup
Je veux du ketchup avec ça.
Ik wil graag wat ketchup bij dit eten.
- une moutarde de mosterd
Ce n'est pas de la moutarde jaune ?
Is dit geen gele mosterd?
- une mayonnaise de mayonaise
Elle aime la mayonnaise sur les sandwichs.
Ze houdt van mayonaise op broodjes.
- miel de honing
Au petit-déjeuner, on mange du miel sur du pain grillé.
Bij het ontbijt eten we honing op toast.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Franse flashcards
Franse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Keuken & koken in andere talen