Voorzetsels in het Frans
Voorzetsels in het Frans: par-dessus (over), sous (onder), dans (in), hors de (uit), à travers (door), derrière (achter), devant (voor), entre (tussen), à côté de (naast). Hieronder staan alle 18 woorden over dit onderwerp uit de lessen 27 en 37 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 18 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Voorzetsels in het Frans: alle 18 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 27 · Beweging & positie 3 12 woorden
- par-dessus over
Le chat saute par-dessus la boîte.
De kat springt over de doos.
- sous onder
Ils vivent sous un grand arbre.
Ze wonen onder een grote boom.
- à travers door
Il marche à travers la porte.
Hij loopt door de deur.
- le long de langs
Nous marchons le long de la plage.
Wij lopen langs het strand.
- autour de rond
Les gens se promènent autour du parc.
Mensen lopen rond het park.
- de l'autre côté de aan de overkant van
Je vais de l'autre côté de la rue.
Ik ga aan de overkant van de straat.
- dans in
Il marche lentement dans la pièce.
Hij loopt langzaam de kamer in.
- hors de uit
L'enfant court hors de l'école.
Het kind rent de school uit.
- en haut omhoog
Elle regarde en haut, vers les nuages.
Ze kijkt omhoog naar de wolken.
- par terre neer
Le chien a mis le ballon par terre.
De hond legde de bal neer.
- à l'étage naar boven
Je vais à l'étage pour me coucher.
Ik ga naar boven om te slapen.
- en bas beneden
J'entends des bruits en bas.
Ik hoor geluiden beneden.
Les 37 · Routebeschrijving 2 6 woorden
- derrière achter
C'est derrière ce bâtiment.
Het staat achter dat gebouw.
- devant voor
Elle est devant moi.
Zij staat voor mij.
- entre tussen
Le parc est entre deux maisons.
Het park ligt tussen twee huizen.
- à côté de naast
Ce magasin est à côté de ma maison.
Die winkel ligt naast mijn huis.
- en face de tegenover
On habite en face du magasin.
Wij wonen tegenover de winkel.
- vers richting
Les enfants marchent vers le grand arbre.
De kinderen lopen richting de grote boom.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Franse flashcards
Franse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Voorzetsels in andere talen