Dagen van de week in het Duits
De dagen van de week in het Duits: der Montag (maandag), der Dienstag (dinsdag), der Mittwoch (woensdag), der Donnerstag (donderdag), der Freitag (vrijdag), der Samstag (zaterdag), der Sonntag (zondag). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 16 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Dagen van de week in het Duits: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 16 · Tijd & kalenders 12 woorden
- der Montag maandag
Montag ist der erste Tag.
Maandag is de eerste dag.
- der Dienstag dinsdag
Dienstag macht immer Spaß.
Dinsdag is altijd leuk.
- der Mittwoch woensdag
Sie geht am Mittwoch nach Hause.
Ze gaat woensdag naar huis.
- der Donnerstag donderdag
Er kommt am Donnerstag.
Hij komt op donderdag.
- der Freitag vrijdag
Freitag ist der beste Tag.
Vrijdag is de beste dag.
- der Samstag zaterdag
Ich fahre am Samstag.
Ik vertrek op zaterdag.
- der Sonntag zondag
Ich ruhe mich am Sonntag aus.
Ik ga op zondag uitrusten.
- der Wochentag de doordeweekse dag
Sie arbeitet jeden Wochentagmorgen.
Ze werkt elke doordeweekse ochtend.
- das Wochenende het weekend
Wer mag das Wochenende nicht?
Wie houdt er niet van het weekend?
- täglich dagelijks
Wir lesen die Zeitung täglich.
Wij lezen dagelijks de krant.
- wöchentlich wekelijks
Ich schaue normalerweise wöchentlich die Nachrichten.
Ik kijk meestal wekelijks naar het nieuws.
- monatlich maandelijks
Sie zahlen den monatlichen Preis.
Zij betalen de maandelijkse prijs.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Duitse flashcards
Duitse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Dagen van de week in andere talen