Fruit in het Duits
Fruitsoorten in het Duits: der Apfel (de appel), die Banane (de banaan), die Orange (de sinaasappel), die Zitrone (de citroen), die Erdbeere (de aardbei), die Traube (de druif). Hieronder staan alle 16 woorden over dit onderwerp uit de lessen 89 en 92 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 16 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Fruit in het Duits: alle 16 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 89 · Veelvoorkomend fruit 12 woorden
- der Apfel de appel
Mein Vater isst viele Äpfel.
Mijn vader eet veel appels.
- die Banane de banaan
Diese Banane ist sehr reif.
Die banaan is erg rijp.
- die Orange de sinaasappel
Wie schälst du eine Orange?
Hoe pel je een sinaasappel?
- die Zitrone de citroen
Diese Zitronen sind sehr sauer.
Deze citroenen zijn erg zuur.
- die Erdbeere de aardbei
Wir haben frische Erdbeeren gepflückt.
We hebben verse aardbeien geplukt.
- die Traube de druif
Sie ließ eine Traube auf den Boden fallen.
Ze liet een druif op de grond vallen.
- die Birne de peer
Ist die Birne reif genug zum Essen?
Is de peer rijp genoeg om te eten?
- der Pfirsich de perzik
Er kaufte einen weichen Pfirsich auf dem Markt.
Hij kocht een zachte perzik op de markt.
- die Ananas de ananas
Die Ananas schmeckt süß und etwas sauer.
De ananas smaakt zoet en een beetje zuur.
- die Wassermelone de watermeloen
Wir haben uns beim Picknick eine große Wassermelone geteilt.
We deelden een grote watermeloen tijdens de picknick.
- die Kirsche de kers
Wie viele Kirschen sind in der Schüssel?
Hoeveel kersen zitten er in de kom?
- die Melone de meloen
Diese Melone riecht sehr süß.
Deze meloen ruikt erg zoet.
Les 92 · Zoete snacks & tropisch fruit 4 woorden
- die Kiwi de kiwi
Sie isst eine süße Kiwi.
Zij eet een zoete kiwi.
- die Limette de limoen
Sie schneidet die grüne Limette.
Ze snijdt de groene limoen.
- die Mango de mango
Sie isst eine süße Mango.
Ze eet een zoete mango.
- die Kokosnuss de kokosnoot
Ich habe die frische Kokosnuss gegessen.
Ik heb de verse kokosnoot gegeten.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Duitse flashcards
Duitse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Fruit in andere talen