Feestdagen & feesten in het Duits
Feestdagen en feesten in het Duits: der Geburtstag (de verjaardag), die Party (het feest), der Kuchen (de taart), die Hochzeit (de bruiloft), das Neujahr (nieuwjaar), das Feuerwerk (het vuurwerk). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 135 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Feestdagen & feesten in het Duits: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 135 · Feesten & feestdagen 12 woorden
- der Geburtstag de verjaardag
Das ist der Geburtstag meiner Schwester.
Dat is de verjaardag van mijn zus.
- die Party het feest
Ich werde zur Party gehen.
Ik ga naar het feest.
- der Kuchen de taart
Sie essen gern Kuchen.
Ze eten graag taart.
- die Kerzen de kaarsen
Ihr gefallen die Geburtstagskerzen.
Zij houdt van de verjaardagskaarsen.
- die Geburtstagskarte de verjaardagskaart
Das ist eine schöne Geburtstagskarte.
Dit is een mooie verjaardagskaart.
- die Hochzeit de bruiloft
Eine Hochzeit ist eine glückliche Zeit.
Een bruiloft is een vrolijke tijd.
- der Jahrestag de verjaardag
Sie feiern ihren Jahrestag jährlich.
Ze vieren elk jaar hun verjaardag.
- der Abschluss de diploma-uitreiking
Sie besuchte ihre Abschlussfeier.
Ze was aanwezig bij haar diploma-uitreiking.
- das Neujahr nieuwjaar
Neujahr ist eine schöne Zeit.
Nieuwjaar is een vrolijke tijd.
- das Fest het festival
Ein Fest bringt Menschen zusammen.
Een festival brengt mensen samen.
- die Parade de optocht
Wir sahen die bunte Parade.
We hebben naar de kleurrijke optocht gekeken.
- das Feuerwerk het vuurwerk
Das Feuerwerk erhellt die Nacht.
Vuurwerk verlicht de nacht.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Duitse flashcards
Duitse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Feestdagen & feesten in andere talen