Hobby’s in het Duits

Hobby’s in het Duits: das Lesen (lezen), die Zeichnung (de tekening), das Singen (zingen), tanzen (dansen), das Wandern (wandelen), das Schwimmen (zwemmen). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 148, 150 en 151 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 36 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Hobby’s in het Duits: alle 36 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 148 · Hobby's & vrije tijd 12 woorden

  • der Sport de sport

    Ich spiele gern Sport draußen.

    Ik vind het leuk om buiten aan sport te doen.

  • die Musik de muziek

    Diese Musik klingt sehr schön.

    Die muziek klinkt erg mooi.

  • der Film de film

    Um wie viel Uhr beginnt der Film?

    Hoe laat begint de film?

  • das Lesen lezen

    Sie mögen das tägliche Lesen von Büchern.

    Ze vinden het leuk om dagelijks boeken te lezen.

  • die Zeichnung de tekening

    Das ist eine schöne Zeichnung.

    Dit is een mooie tekening.

  • das Gemälde het schilderij

    Sie mag das Gemälde sehr gern.

    Ze vindt het schilderij erg mooi.

  • die Fotografie de fotografie

    Ich mag Fotografie als Hobby.

    Ik vind fotografie leuk als hobby.

  • die Gitarre de gitaar

    Er spielt die Gitarre gut.

    Hij speelt goed gitaar.

  • das Singen zingen

    Das Singen macht ihnen jeden Tag Spaß.

    Ze genieten elke dag van het zingen.

  • tanzen dansen

    Sie tanzt gern auf Partys.

    Ze houdt van dansen op feestjes.

  • das Wandern wandelen

    Wir genießen Wandern im Sommer.

    Wij wandelen graag in de zomer.

  • das Schwimmen zwemmen

    Ich liebe Schwimmen am See.

    Ik houd van zwemmen in het meer.

Les 150 · Creatieve hobby's 12 woorden

  • die Skizze de schets

    Wer hat diese lustige Skizze gemacht?

    Wie heeft die grappige schets gemaakt?

  • das Skizzenbuch het schetsboek

    Das Skizzenbuch sieht wirklich neu aus.

    Dat schetsboek ziet er echt nieuw uit.

  • die Leinwand het canvas

    Die Leinwand ist leer und weiß.

    Het canvas is leeg en wit.

  • der Pinsel de kwast

    Sie benutzt einen kleinen Pinsel.

    Ze gebruikt een kleine kwast.

  • das Aquarell de aquarel

    Er malt hauptsächlich mit Aquarell und Tinte.

    Hij werkt meestal met aquarel en inkt.

  • die Acrylfarbe de acrylverf

    Sie mögen Acrylfarbe.

    Ze houden van acrylverf.

  • der Ton de klei

    Ist dein Topf aus Ton?

    Is jouw pot gemaakt van klei?

  • die Skulptur het beeldhouwwerk

    Uns gefällt diese Metallskulptur.

    Wij vinden dat metalen beeldhouwwerk mooi.

  • das Stricken breien

    Sie genießt das Stricken von warmen Schals.

    Ze houdt van het breien van warme sjaals.

  • das Nähen naaien

    Ihre Nähkünste verbessern sich jede Woche.

    Haar vaardigheden in het naaien verbeteren elke week.

  • der Faden de draad

    Dieser Faden ist sehr stark.

    Deze draad is erg sterk.

  • die Nadel de naald

    Sie benutzen eine Nadel zum Nähen.

    Ze gebruiken een naald om te naaien.

Les 151 · Hobby's buiten 12 woorden

  • das Zelt de tent

    Wir brauchen ein Zelt zum Campen.

    We hebben een tent nodig om te kamperen.

  • der Schlafsack de slaapzak

    Ein Schlafsack hält dich warm.

    Een slaapzak houdt je warm.

  • der Campingplatz de camping

    Am Fluss fanden wir einen Campingplatz.

    Vlak bij de rivier vonden we een camping.

  • das Lagerfeuer het kampvuur

    Sie saßen am Lagerfeuer.

    Ze zaten bij het kampvuur.

  • die Taschenlampe de zaklamp

    Er braucht eine neue Taschenlampe.

    Hij heeft een nieuwe zaklamp nodig.

  • der Kompass het kompas

    Wir brauchen einen guten Kompass.

    We hebben een goed kompas nodig.

  • das Fernglas de verrekijker

    Damit kann man mit einem Fernglas sehen.

    Dat helpt om met de verrekijker te kijken.

  • die Wanderschuhe de wandelschoenen

    Wanderschuhe sind gut für Wanderwege.

    Wandelschoenen zijn goed voor bospaden.

  • die Wanderkarte de wandelkaart

    Sie benutzt oft eine Wanderkarte.

    Ze gebruikt vaak een wandelkaart.

  • das Insektenschutzmittel het insectenwerend middel

    Hast du Insektenschutzmittel für die Reise dabei?

    Heb je insectenwerend middel meegenomen voor de reis?

  • die Thermoskanne de thermoskan

    Diese Thermoskanne hält den Kaffee warm.

    Die thermoskan houdt koffie warm.

  • das Erste-Hilfe-Set de verbanddoos

    Wir brauchen das Erste-Hilfe-Set.

    We hebben de verbanddoos nodig.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Hobby’s in het Duits: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.