Kleuren in het Duits
De kleuren in het Duits: rot (rood), blau (blauw), grün (groen), gelb (geel), schwarz (zwart), weiß (wit). Hieronder staan alle 19 woorden over dit onderwerp uit de lessen 56 en 57 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 19 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Kleuren in het Duits: alle 19 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 56 · Kleding & maten 7 woorden
- schwarz zwart
Ben trägt ein schwarzes Hemd.
Ben draagt een zwart shirt.
- weiß wit
Sie trägt eine weiße Hose.
Zij draagt een witte broek.
- rot rood
Sind rote Rosen nicht die besten?
Zijn rode rozen niet de beste?
- blau blauw
Ist Blau deine Lieblingsfarbe?
Is blauw je lievelingskleur?
- grün groen
Würdest du das grüne Kleid nehmen?
Zou je de groene jurk nemen?
- gelb geel
Sie mag gelbe Hemden.
Ze houdt van gele shirts.
- die Farbe de kleur
Welche Farbe magst du?
Welke kleur vind je mooi?
Les 57 · Kleuren — voorbij de basis 12 woorden
- rosa roze
Ich sehe eine rosa Blume.
Ik zie een roze bloem.
- lila paars
Ich sehe eine lila Blume.
Ik zie een paarse bloem.
- braun bruin
Ich sehe einen braunen Hund.
Ik zie een bruine hond.
- grau grijs
Die Katze ist grau.
De kat is grijs.
- golden gouden
Der Ring ist golden.
De ring is gouden.
- silbern zilver
Das Auto ist silbern.
De auto is zilver.
- beige beige
Sie trägt ein beiges Hemd.
Zij draagt een beige shirt.
- marineblau marineblauw
Seine Jacke ist marineblau.
Zijn jas is marineblauw.
- hell fel
Die Sonne ist sehr hell.
De zon is erg fel.
- blass bleek
Das kranke Kind ist blass.
Het zieke kind is bleek.
- dunkel donker
Das Zimmer ist sehr dunkel.
De kamer is erg donker.
- gestreift gestreept
Er trägt ein gestreiftes Hemd.
Hij draagt een gestreept overhemd.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Duitse flashcards
Duitse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Sieraden en accessoires12
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Kleuren in andere talen