Kleuren in het Italiaans
De kleuren in het Italiaans: rosso (rood), blu (blauw), verde (groen), giallo (geel), nero (zwart), bianco (wit). Hieronder staan alle 19 woorden over dit onderwerp uit de lessen 56 en 57 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 19 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Kleuren in het Italiaans: alle 19 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 56 · Kleding & maten 7 woorden
- nero zwart
Ben indossa una camicia nera.
Ben draagt een zwart shirt.
- bianco wit
Indossa pantaloni bianchi.
Zij draagt een witte broek.
- rosso rood
Le rose rosse non sono le migliori?
Zijn rode rozen niet de beste?
- blu blauw
Il blu è il tuo colore preferito?
Is blauw je lievelingskleur?
- verde groen
Prenderesti il vestito verde?
Zou je de groene jurk nemen?
- giallo geel
Le piacciono le camicie gialle.
Ze houdt van gele shirts.
- un colore de kleur
Che colore ti piace?
Welke kleur vind je mooi?
Les 57 · Kleuren — voorbij de basis 12 woorden
- rosa roze
Vedo un fiore rosa.
Ik zie een roze bloem.
- viola paars
Vedo un fiore viola.
Ik zie een paarse bloem.
- marrone bruin
Vedo un cane marrone.
Ik zie een bruine hond.
- grigio grijs
Il gatto è grigio.
De kat is grijs.
- dorato gouden
L'anello è dorato.
De ring is gouden.
- argentato zilver
La macchina è argentata.
De auto is zilver.
- beige beige
Lei indossa una camicia beige.
Zij draagt een beige shirt.
- blu marino marineblauw
La sua giacca è blu marino.
Zijn jas is marineblauw.
- luminoso fel
Il sole è molto luminoso.
De zon is erg fel.
- pallido bleek
Il bambino malato è pallido.
Het zieke kind is bleek.
- buio donker
La stanza è molto buia.
De kamer is erg donker.
- a righe gestreept
Indossa una camicia a righe.
Hij draagt een gestreept overhemd.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Italiaanse flashcards
Italiaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Kleuren in andere talen