Eten in het Italiaans

Woorden voor eten in het Italiaans: un pane (het brood), un riso (de rijst), un pesce (de vis), un uovo (het ei), un formaggio (de kaas), una pizza (de pizza). Hieronder staan alle 44 woorden over dit onderwerp uit de lessen 86, 87, 88 en 92 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 44 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Eten in het Italiaans: alle 44 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 86 · Eten — basis 12 woorden

  • un pane het brood

    Vuoi del pane?

    Wil je wat brood?

  • un riso de rijst

    Di solito mangi il riso con le verdure?

    Eet jij meestal rijst met groenten?

  • una pasta de pasta

    Facciamo la pasta per cena stasera.

    We maken vanavond pasta voor het avondeten.

  • una zuppa de soep

    La zuppa è più buona con il sale.

    De soep smaakt beter met zout.

  • un'insalata de salade

    Aggiunge olio d'oliva alla sua insalata.

    Hij voegt olijfolie toe aan zijn salade.

  • un pollo de kip

    Hanno grigliato il pollo in giardino.

    Ze hebben kip gegrild in de tuin.

  • un manzo het rundvlees

    Il manzo è più caro del pollo?

    Is rundvlees duurder dan kip?

  • un pesce de vis

    Non le piace il pesce.

    Zij houdt niet van vis.

  • un uovo het ei

    Le uova sono molto salutari.

    Eieren zijn erg gezond.

  • un formaggio de kaas

    Quel formaggio ha un odore molto forte.

    Die kaas ruikt erg sterk.

  • frutta het fruit

    Preferisco la frutta fresca ai dolci.

    Ik heb liever vers fruit dan zoete snacks.

  • una verdura de groente

    La verdura cresce velocemente.

    De groenten groeien snel.

Les 87 · Burgers, pizza & fastfood 12 woorden

  • un hamburger de burger

    Ho mangiato un hamburger delizioso.

    Ik heb een heerlijke burger gegeten.

  • una pizza de pizza

    Abbiamo mangiato una pizza calda.

    We aten een hete pizza.

  • un panino de boterham

    Il ragazzo mangia un panino.

    De jongen eet een boterham.

  • un hot dog de hotdog

    Il bambino ha mangiato un hot dog.

    Het kind at een hotdog.

  • le patatine fritte de patat

    Ho mangiato le patatine fritte calde.

    Ik at de hete patat.

  • un taco de taco

    Ho mangiato un taco delizioso.

    Ik heb een heerlijke taco gegeten.

  • un gelato het ijsje

    I bambini mangiano il gelato.

    De kinderen eten een ijsje.

  • un biscotto het koekje

    Il bambino mangia un biscotto.

    Het kind eet een koekje.

  • un cioccolato de chocolade

    Il bambino mangia del cioccolato dolce.

    Het kind eet zoete chocolade.

  • una caramella het snoep

    I bambini mangiano le caramelle.

    De kinderen eten het snoep.

  • un popcorn de popcorn

    Mangiamo i popcorn con il sale.

    Wij eten popcorn met zout.

  • una ciambella de donut

    Ho mangiato una ciambella dolce.

    Ik at een zoete donut.

Les 88 · Stevige & troostrijke gerechten 12 woorden

  • una salsiccia de worst

    Lui mangia una salsiccia grande.

    Hij eet een grote worst.

  • una polpetta de gehaktballen

    Ha mangiato tre polpette grandi.

    Hij at drie grote gehaktballen.

  • i tagliolini de noedels

    Mangio i tagliolini con le verdure.

    Ik eet noedels met groenten.

  • un fagiolo de boon

    L'agricoltore ha piantato il fagiolo.

    De boer plantte de boon.

  • un pisello de erwt

    Ho mangiato un pisello verde.

    Ik at een groene erwt.

  • una carne het vlees

    L'uomo taglia la carne.

    De man snijdt het vlees.

  • un frappé de milkshake

    Ho bevuto un frappé freddo.

    Ik dronk een koude milkshake.

  • uno stufato de stoofpot

    Abbiamo mangiato lo stufato caldo.

    Wij aten de hete stoofpot.

  • una pancetta het spek

    L'uomo cuoce la pancetta.

    De man bakt het spek.

  • un prosciutto de ham

    Abbiamo mangiato prosciutto con il pane.

    We aten ham met brood.

  • un sottaceto de augurk

    Ho mangiato un sottaceto aspro.

    Ik at een zure augurk.

  • un brodo de bouillon

    Lei beve il brodo caldo.

    Zij drinkt de hete bouillon.

Les 92 · Zoete snacks & tropisch fruit 8 woorden

  • una torta de taart

    Ha preparato una torta deliziosa.

    Zij bakte een heerlijke taart.

  • un pancake de pannenkoek

    Ho mangiato un pancake caldo.

    Ik at een warme pannenkoek.

  • una marmellata de jam

    Mangio pane e marmellata.

    Ik eet brood met jam.

  • dei cereali de ontbijtgranen

    Lei mangia i cereali con il latte.

    Zij eet ontbijtgranen met melk.

  • uno yogurt de yoghurt

    Mangio lo yogurt con la frutta.

    Ik eet yoghurt met fruit.

  • un muffin de muffin

    Ha mangiato un muffin caldo.

    Hij at een warme muffin.

  • un cupcake de cupcake

    Il bambino ha mangiato un cupcake.

    Het kind at een cupcake.

  • un waffle de wafel

    Ho mangiato un waffle caldo.

    Ik at een warme wafel.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Eten in het Italiaans: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.