Tijdsaanduidingen in het Italiaans

Tijdsaanduidingen in het Italiaans: oggi (vandaag), domani (morgen), ieri (gisteren), adesso (nu), un giorno (de dag), una notte (de nacht). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 3, 17 en 25 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 36 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Tijdsaanduidingen in het Italiaans: alle 36 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 3 · Tijd — basis 12 woorden

  • oggi vandaag

    Oggi è una bella giornata.

    Vandaag is een goede dag.

  • domani morgen

    Domani è un nuovo giorno.

    Morgen is een nieuwe dag.

  • ieri gisteren

    L'ho vista ieri.

    Ik heb haar gisteren gezien.

  • adesso nu

    Lo vuole adesso.

    Hij wil het nu.

  • un pomeriggio de middag

    Mi piace il pomeriggio.

    Ik vind de middag fijn.

  • una sera de avond

    La sera è tranquilla.

    De avond is rustig.

  • un minuto de minuut

    Ci servono cinque minuti.

    We hebben vijf minuten nodig.

  • una mattina de ochtend

    Faccio colazione la mattina.

    Ik eet 's ochtends mijn ontbijt.

  • più tardi later

    Lo farò più tardi.

    Ik doe het later.

  • presto vroeg

    Si sveglia presto.

    Zij wordt vroeg wakker.

  • in ritardo te laat

    È spesso in ritardo.

    Hij is vaak te laat.

  • un'ora het uur

    La lezione dura un'ora.

    De les duurt één uur.

Les 17 · Tijdswoorden — dag, nacht, jaar 12 woorden

  • un giorno de dag

    Abbiamo aspettato per un giorno.

    We hebben één dag gewacht.

  • una notte de nacht

    Noi dormiamo di notte.

    Wij slapen 's nachts.

  • una settimana de week

    Siamo rimasti per una settimana.

    We zijn één week gebleven.

  • un mese de maand

    Ha lavorato per un mese.

    Hij heeft één maand gewerkt.

  • un anno het jaar

    Abbiamo aspettato per un anno.

    We hebben één jaar gewacht.

  • un tempo de tijd

    Abbiamo bisogno di più tempo.

    We hebben meer tijd nodig.

  • un momento het moment

    Ha aspettato per un momento.

    Hij wachtte even een moment.

  • un futuro de toekomst

    Penso al futuro.

    Ik denk na over de toekomst.

  • in punto uur

    Mi sveglio alle sette in punto.

    Ik word om zeven uur wakker.

  • una mezzanotte de middernacht

    Partiremo a mezzanotte.

    We vertrekken om middernacht.

  • un mezzogiorno de middag

    Il sole è caldo a mezzogiorno.

    De zon is heet op de middag.

  • stasera vanavond

    Gli ospiti arriveranno stasera.

    De gasten komen vanavond aan.

Les 25 · Tijdsaanduidingen — eerder & later 12 woorden

  • fa geleden

    Sono arrivato due giorni fa.

    Ik ben twee dagen geleden aangekomen.

  • presto binnenkort

    Il mio amico arriverà presto.

    Mijn vriend komt binnenkort aan.

  • ancora nog

    Ho ancora fame.

    Ik heb nog honger.

  • mai ooit

    Hai mai visto l'oceano?

    Heb je ooit de oceaan gezien?

  • ancora nog niet

    Il mio amico non è ancora arrivato.

    Mijn vriend is nog niet gearriveerd.

  • immediatamente meteen

    Ho bisogno di aiuto immediatamente.

    Ik heb meteen hulp nodig.

  • forse misschien

    Forse lei verrà più tardi.

    Misschien komt ze later.

  • prima o poi eens

    Ci incontreremo prima o poi.

    We zullen elkaar eens ontmoeten.

  • in qualsiasi momento altijd

    Puoi venirci a trovare in qualsiasi momento.

    Je kunt ons altijd bezoeken.

  • prima di vóór

    Siamo partiti prima della tempesta.

    Wij vertrokken vóór de storm.

  • dopo na

    Partiremo dopo il pasto.

    We vertrekken na de maaltijd.

  • oggigiorno tegenwoordig

    La gente viaggia di più oggigiorno.

    Mensen reizen tegenwoordig meer.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Tijdsaanduidingen in het Italiaans: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.