Tijdsaanduidingen in het Portugees

Tijdsaanduidingen in het Portugees: hoje (vandaag), amanhã (morgen), ontem (gisteren), agora (nu), o dia (de dag), a noite (de nacht). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 3, 17 en 25 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 36 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Tijdsaanduidingen in het Portugees: alle 36 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 3 · Tijd — basis 12 woorden

  • hoje vandaag

    Hoje é um bom dia.

    Vandaag is een goede dag.

  • amanhã morgen

    Amanhã é um novo dia.

    Morgen is een nieuwe dag.

  • ontem gisteren

    Eu a vi ontem.

    Ik heb haar gisteren gezien.

  • agora nu

    Ele quer isso agora.

    Hij wil het nu.

  • a tarde de middag

    Gosto da tarde.

    Ik vind de middag fijn.

  • a noite de avond

    A noite está calma.

    De avond is rustig.

  • o minuto de minuut

    Precisamos de cinco minutos.

    We hebben vijf minuten nodig.

  • a manhã de ochtend

    Eu tomo café da manhã de manhã.

    Ik eet 's ochtends mijn ontbijt.

  • mais tarde later

    Vou fazer isso mais tarde.

    Ik doe het later.

  • cedo vroeg

    Ela acorda cedo.

    Zij wordt vroeg wakker.

  • atrasado te laat

    Ele costuma estar atrasado.

    Hij is vaak te laat.

  • a hora het uur

    A aula dura uma hora.

    De les duurt één uur.

Les 17 · Tijdswoorden — dag, nacht, jaar 12 woorden

  • o dia de dag

    Nós esperamos por um dia.

    We hebben één dag gewacht.

  • a noite de nacht

    Nós dormimos à noite.

    Wij slapen 's nachts.

  • a semana de week

    Nós ficamos por uma semana.

    We zijn één week gebleven.

  • o mês de maand

    Ele trabalhou por um mês.

    Hij heeft één maand gewerkt.

  • o ano het jaar

    Nós esperamos por um ano.

    We hebben één jaar gewacht.

  • o tempo de tijd

    Nós precisamos de mais tempo.

    We hebben meer tijd nodig.

  • o momento het moment

    Ele esperou por um momento.

    Hij wachtte even een moment.

  • o futuro de toekomst

    Eu penso no futuro.

    Ik denk na over de toekomst.

  • em ponto uur

    Eu acordo às sete horas em ponto.

    Ik word om zeven uur wakker.

  • a meia-noite de middernacht

    Nós vamos sair à meia-noite.

    We vertrekken om middernacht.

  • o meio-dia de middag

    O sol está quente ao meio-dia.

    De zon is heet op de middag.

  • hoje à noite vanavond

    Os convidados chegarão hoje à noite.

    De gasten komen vanavond aan.

Les 25 · Tijdsaanduidingen — eerder & later 12 woorden

  • atrás geleden

    Eu cheguei dois dias atrás.

    Ik ben twee dagen geleden aangekomen.

  • logo binnenkort

    Meu amigo vai chegar logo.

    Mijn vriend komt binnenkort aan.

  • ainda nog

    Eu ainda estou com fome.

    Ik heb nog honger.

  • alguma vez ooit

    Você já viu o mar alguma vez?

    Heb je ooit de oceaan gezien?

  • ainda nog niet

    Meu amigo ainda não chegou.

    Mijn vriend is nog niet gearriveerd.

  • imediatamente meteen

    Eu preciso de ajuda imediatamente.

    Ik heb meteen hulp nodig.

  • talvez misschien

    Talvez ela venha mais tarde.

    Misschien komt ze later.

  • algum dia eens

    Nós vamos nos encontrar algum dia.

    We zullen elkaar eens ontmoeten.

  • a qualquer momento altijd

    Você pode nos visitar a qualquer momento.

    Je kunt ons altijd bezoeken.

  • antes de vóór

    Nós saímos antes da tempestade.

    Wij vertrokken vóór de storm.

  • depois de na

    Nós vamos embora depois da refeição.

    We vertrekken na de maaltijd.

  • hoje em dia tegenwoordig

    As pessoas viajam mais hoje em dia.

    Mensen reizen tegenwoordig meer.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Tijdsaanduidingen in het Portugees: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.