Huis & kamers in het Portugees

De kamers van het huis in het Portugees: a sala de estar (de woonkamer), o quarto (de slaapkamer), a cozinha (de keuken), o banheiro (de badkamer), a sala de jantar (de eetkamer), o jardim (de tuin). Hieronder staan alle 48 woorden over dit onderwerp uit de lessen 69, 58, 67 en 68 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 48 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Huis & kamers in het Portugees: alle 48 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 69 · Ruimtes & onderdelen van het huis 12 woorden

  • a sala de estar de woonkamer

    Esta é a nossa antiga sala de estar.

    Dit is onze oude woonkamer.

  • o quarto de slaapkamer

    Eles pintaram o quarto de azul.

    Ze hebben de slaapkamer blauw geverfd.

  • a sala de jantar de eetkamer

    Comemos na sala de jantar.

    Wij eten in de eetkamer.

  • o corredor de gang

    Aquele corredor é muito longo.

    Die gang is erg lang.

  • a sacada het balkon

    Uma sacada oferece vista para a cidade.

    Een balkon biedt uitzicht over de stad.

  • o jardim de tuin

    O jardim dele é muito bonito.

    Zijn tuin is erg mooi.

  • o quintal de tuin

    As crianças estão brincando no quintal.

    De kinderen spelen in de tuin.

  • a garagem de garage

    A porta da garagem fecha automaticamente.

    De garagedeur sluit automatisch.

  • o porão de kelder

    Este porão está muito limpo.

    Deze kelder is erg schoon.

  • o teto het plafond

    Pintamos o teto de branco.

    We hebben het plafond wit geverfd.

  • o telhado het dak

    Aquele telhado parece velho.

    Dat dak ziet er oud uit.

  • a parede de muur

    Ele pintou a parede de azul.

    Hij schilderde de muur blauw.

Les 58 · Thuis & basisbenodigdheden 1 12 woorden

  • o quarto de kamer

    Você está feliz com o seu quarto?

    Ben je blij met je kamer?

  • a porta de deur

    Esta porta precisa ser trocada.

    Deze deur moet worden vervangen.

  • a chave de sleutel

    Acho que perdi minha chave.

    Ik denk dat ik mijn sleutel kwijt ben.

  • a janela het raam

    A janela está muito limpa.

    Het raam is erg schoon.

  • a luz het licht

    Este quarto recebe muita luz.

    Deze kamer krijgt veel licht.

  • o interruptor de schakelaar

    O interruptor da luz está na parede.

    De schakelaar voor het licht zit op de muur.

  • a cama het bed

    Ainda preciso comprar uma cama.

    Ik moet nog steeds een bed kopen.

  • a cozinha de keuken

    Esta cozinha é muito limpa.

    Deze keuken is erg schoon.

  • o banheiro de badkamer

    Ela usa o banheiro com frequência.

    Ze gebruikt vaak de badkamer.

  • o banho de douche

    Eles tomam banho todo dia.

    Zij nemen dagelijks een douche.

  • o Wi-Fi de wifi

    Este bar tem Wi-Fi?

    Heeft deze bar wifi?

  • o endereço het adres

    Qual é o seu endereço?

    Wat is je adres?

Les 67 · Thuis & basisbenodigdheden 2 12 woorden

  • o sofá de bank

    Este sofá é muito confortável.

    Deze bank is erg comfortabel.

  • a mesa de tafel

    Esta é uma mesa nova?

    Is dit een nieuwe tafel?

  • a cadeira de stoel

    Fred sempre senta na cadeira.

    Fred zit altijd in de stoel.

  • o guarda-roupa de kledingkast

    O guarda-roupa está cheio de roupas.

    De kledingkast zit vol met kleren.

  • a prateleira de plank

    Preciso limpar minha prateleira.

    Ik moet mijn plank schoonmaken.

  • a geladeira de koelkast

    A geladeira mantém a comida fria.

    De koelkast houdt eten koud.

  • o freezer de vriezer

    O freezer está cheio.

    De vriezer zit vol.

  • o fogão het fornuis

    Ele usa o fogão muitas vezes.

    Hij gebruikt het fornuis vaak.

  • o forno de oven

    Este forno fica muito quente.

    Deze oven wordt erg heet.

  • a pia de gootsteen

    A pia está cheia de pratos.

    De gootsteen staat vol met borden.

  • o abajur de lamp

    Minha mãe usa um abajur para ler.

    Mijn moeder gebruikt een lamp om te lezen.

  • a lixeira de prullenbak

    Daniel esvaziou a lixeira.

    Daniel heeft de prullenbak geleegd.

Les 68 · Voorwerpen thuis — apparaten & meubels 12 woorden

  • o relógio de klok

    O relógio mostra as horas.

    De klok geeft de tijd aan.

  • o computador de computer

    Eu uso um computador para trabalhar.

    Ik gebruik een computer voor mijn werk.

  • a moldura de lijst

    Ele pintou a moldura de madeira.

    Hij schilderde de houten lijst.

  • o rádio de radio

    Eu escuto rádio.

    Ik luister naar de radio.

  • a câmera de camera

    Eu comprei uma câmera nova.

    Ik heb een nieuwe camera gekocht.

  • a lareira de open haard

    O fogo queima na lareira.

    Het vuur brandt in de open haard.

  • a poltrona de leunstoel

    Ele descansa na poltrona.

    Hij rust in de leunstoel.

  • o armário de kast

    Os pratos estão no armário.

    De borden staan in de kast.

  • a estante de boekenkast

    Ele comprou uma estante nova.

    Hij heeft een nieuwe boekenkast gekocht.

  • a gaveta de lade

    As chaves estão na gaveta.

    De sleutels liggen in de lade.

  • o corredor de hal

    Nós esperamos no corredor.

    We wachtten in de hal.

  • o tapete het kleed

    O gato dorme no tapete.

    De kat slaapt op het kleed.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Huis & kamers in het Portugees: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.