Huis & kamers in het Zweeds

De kamers van het huis in het Zweeds: ett vardagsrum (de woonkamer), ett sovrum (de slaapkamer), ett kök (de keuken), ett badrum (de badkamer), en matsal (de eetkamer), en trädgård (de tuin). Hieronder staan alle 48 woorden over dit onderwerp uit de lessen 69, 58, 67 en 68 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 48 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Huis & kamers in het Zweeds: alle 48 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 69 · Ruimtes & onderdelen van het huis 12 woorden

  • ett vardagsrum de woonkamer

    Det här är vårt gamla vardagsrum.

    Dit is onze oude woonkamer.

  • ett sovrum de slaapkamer

    De målade sovrummet blått.

    Ze hebben de slaapkamer blauw geverfd.

  • en matsal de eetkamer

    Vi äter i matsalen.

    Wij eten in de eetkamer.

  • en hall de gang

    Den hallen är väldigt lång.

    Die gang is erg lang.

  • en balkong het balkon

    En balkong erbjuder utsikt över staden.

    Een balkon biedt uitzicht over de stad.

  • en trädgård de tuin

    Hans trädgård är väldigt vacker.

    Zijn tuin is erg mooi.

  • en trädgård de tuin

    Barnen leker i trädgården.

    De kinderen spelen in de tuin.

  • ett garage de garage

    Garagedörren stängs automatiskt.

    De garagedeur sluit automatisch.

  • en källare de kelder

    Den här källaren är väldigt ren.

    Deze kelder is erg schoon.

  • ett tak het plafond

    Vi målade taket vitt.

    We hebben het plafond wit geverfd.

  • ett tak het dak

    Det där taket ser gammalt ut.

    Dat dak ziet er oud uit.

  • en vägg de muur

    Han målade väggen blå.

    Hij schilderde de muur blauw.

Les 58 · Thuis & basisbenodigdheden 1 12 woorden

  • ett rum de kamer

    Är du nöjd med ditt rum?

    Ben je blij met je kamer?

  • en dörr de deur

    Den här dörren behöver bytas ut.

    Deze deur moet worden vervangen.

  • en nyckel de sleutel

    Jag tror att jag har tappat bort min nyckel.

    Ik denk dat ik mijn sleutel kwijt ben.

  • ett fönster het raam

    Fönstret är väldigt rent.

    Het raam is erg schoon.

  • ett ljus het licht

    Det här rummet får mycket ljus.

    Deze kamer krijgt veel licht.

  • en strömbrytare de schakelaar

    Strömbrytaren för lampan sitter på väggen.

    De schakelaar voor het licht zit op de muur.

  • en säng het bed

    Jag behöver fortfarande köpa en säng.

    Ik moet nog steeds een bed kopen.

  • ett kök de keuken

    Det här köket är väldigt rent.

    Deze keuken is erg schoon.

  • ett badrum de badkamer

    Hon använder badrummet ofta.

    Ze gebruikt vaak de badkamer.

  • en dusch de douche

    De tar en dusch varje dag.

    Zij nemen dagelijks een douche.

  • wi-fi de wifi

    Har den här baren wi-fi?

    Heeft deze bar wifi?

  • en adress het adres

    Vad har du för adress?

    Wat is je adres?

Les 67 · Thuis & basisbenodigdheden 2 12 woorden

  • en soffa de bank

    Den här soffan är väldigt bekväm.

    Deze bank is erg comfortabel.

  • ett bord de tafel

    Är det här ett nytt bord?

    Is dit een nieuwe tafel?

  • en stol de stoel

    Fred sitter alltid i stolen.

    Fred zit altijd in de stoel.

  • en garderob de kledingkast

    Garderoben är full med kläder.

    De kledingkast zit vol met kleren.

  • en hylla de plank

    Jag behöver städa min hylla.

    Ik moet mijn plank schoonmaken.

  • ett kylskåp de koelkast

    Kylskåpet håller maten kall.

    De koelkast houdt eten koud.

  • en frys de vriezer

    Frys är full.

    De vriezer zit vol.

  • en spis het fornuis

    Han använder spisen ofta.

    Hij gebruikt het fornuis vaak.

  • en ugn de oven

    Den här ugnen blir väldigt varm.

    Deze oven wordt erg heet.

  • en diskho de gootsteen

    Det är fullt med tallrikar i diskhon.

    De gootsteen staat vol met borden.

  • en lampa de lamp

    Min mamma använder en lampa när hon läser.

    Mijn moeder gebruikt een lamp om te lezen.

  • en papperskorg de prullenbak

    Daniel tömde papperskorgen.

    Daniel heeft de prullenbak geleegd.

Les 68 · Voorwerpen thuis — apparaten & meubels 12 woorden

  • en klocka de klok

    Klockan visar tiden.

    De klok geeft de tijd aan.

  • en dator de computer

    Jag använder en dator för jobbet.

    Ik gebruik een computer voor mijn werk.

  • en ram de lijst

    Han målade träramen.

    Hij schilderde de houten lijst.

  • en radio de radio

    Jag lyssnar på radio.

    Ik luister naar de radio.

  • en kamera de camera

    Jag köpte en ny kamera.

    Ik heb een nieuwe camera gekocht.

  • en öppen spis de open haard

    Elden brinner i den öppna spisen.

    Het vuur brandt in de open haard.

  • en fåtölj de leunstoel

    Han vilar i fåtöljen.

    Hij rust in de leunstoel.

  • ett skåp de kast

    Tallrikarna står i skåpet.

    De borden staan in de kast.

  • en bokhylla de boekenkast

    Han köpte en ny bokhylla.

    Hij heeft een nieuwe boekenkast gekocht.

  • en låda de lade

    Nycklarna ligger i lådan.

    De sleutels liggen in de lade.

  • en hall de hal

    Vi väntade i hallen.

    We wachtten in de hal.

  • en matta het kleed

    Katten sover på mattan.

    De kat slaapt op het kleed.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Huis & kamers in het Zweeds: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.