Dagen van de week in het Zweeds
De dagen van de week in het Zweeds: måndag (maandag), tisdag (dinsdag), onsdag (woensdag), torsdag (donderdag), fredag (vrijdag), lördag (zaterdag), söndag (zondag). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 16 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Dagen van de week in het Zweeds: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 16 · Tijd & kalenders 12 woorden
- måndag maandag
Måndag är den första dagen.
Maandag is de eerste dag.
- tisdag dinsdag
Tisdag är alltid rolig.
Dinsdag is altijd leuk.
- onsdag woensdag
Hon åker hem på onsdag.
Ze gaat woensdag naar huis.
- torsdag donderdag
Han kommer på torsdag.
Hij komt op donderdag.
- fredag vrijdag
Fredag är den bästa dagen.
Vrijdag is de beste dag.
- lördag zaterdag
Jag åker på lördag.
Ik vertrek op zaterdag.
- söndag zondag
Jag ska vila på söndag.
Ik ga op zondag uitrusten.
- en vardag de doordeweekse dag
Hon jobbar varje vardagsmorgon.
Ze werkt elke doordeweekse ochtend.
- en helg het weekend
Vem tycker inte om helgen?
Wie houdt er niet van het weekend?
- dagligen dagelijks
Vi läser tidningen dagligen.
Wij lezen dagelijks de krant.
- varje vecka wekelijks
Jag brukar titta på nyheterna varje vecka.
Ik kijk meestal wekelijks naar het nieuws.
- månadsvis maandelijks
De betalar det månadsvisa priset.
Zij betalen de maandelijkse prijs.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Zweedse flashcards
Zweedse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- Sport & spel60
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
Woordenlijsten
Dagen van de week in andere talen