School & schoolspullen in het Zweeds
Schoolspullen in het Zweeds: en skola (de school), en lärare (de docent), en student (de student), en penna (de pen), en blyertspenna (het potlood), en anteckningsbok (het notitieboek). Hieronder staan alle 48 woorden over dit onderwerp uit de lessen 164, 165, 166 en 167 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 48 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
School & schoolspullen in het Zweeds: alle 48 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 164 · School & klaslokaal — basis 12 woorden
- en skola de school
Vi lär oss många saker i skolan.
Wij leren veel dingen op school.
- ett klassrum de klas
Det här klassrummet har många elevbänkar.
Deze klas heeft veel leerlingentafels.
- en lärare de docent
Läraren skriver nya ord på tavlan.
De docent schrijft nieuwe woorden op het bord.
- en student de student
Han är en bra student.
Hij is een goede student.
- en klasskamrat de klasgenoot
Den där klasskamraten är väldigt smart.
Die klasgenoot is erg slim.
- ett skrivbord het bureau
Skrivbordet står nära fönstret.
Het bureau staat bij het raam.
- en whiteboard het whiteboard
Vem suddade ut whiteboarden före tentan?
Wie heeft het whiteboard voor het examen schoongemaakt?
- en tuschpenna de marker
Den här tuschpennan skriver i starka färger.
Deze marker schrijft in felle kleuren.
- läxor het huiswerk
Han gör sina läxor efter skolan.
Hij maakt zijn huiswerk na school.
- ett prov de toets
Läraren förbereder provet.
De leraar bereidt de toets voor.
- ett betyg het cijfer
Eleven får ett bra betyg.
De student krijgt een goed cijfer.
- en lektion de les
Hon lärde sig en ny lektion idag.
Ze heeft vandaag een nieuwe les geleerd.
Les 165 · Schoolvakken 12 woorden
- konst de kunst
Vi såg vacker konst idag.
We hebben vandaag prachtige kunst gezien.
- naturvetenskap de wetenschap
Hon studerar naturvetenskap i skolan.
Zij studeert wetenschap op school.
- historia de geschiedenis
Vi läser historia i skolan.
Wij bestuderen geschiedenis op school.
- geografi de aardrijkskunde
Eleverna lär sig geografi i skolan.
De leerlingen leren aardrijkskunde op school.
- ett språk de taal
Jag lär mig ett nytt språk.
Ik leer een nieuwe taal.
- matematik de wiskunde
Jag studerar matematik i skolan.
Ik studeer wiskunde op school.
- engelska het Engels
Hon studerar engelska i skolan.
Zij studeert Engels op school.
- ett ämne het onderwerp
Vi diskuterade detta ämne igår.
We hebben dit onderwerp gisteren besproken.
- ett projekt het project
Vi startade ett nytt projekt.
We zijn een nieuw project gestart.
- en grupp de groep
En grupp människor anlände.
Er is een groep mensen aangekomen.
- online online
Jag läser nyheterna online.
Ik lees het nieuws online.
- en ordbok het woordenboek
Studenten öppnade ordboken.
De student opende het woordenboek.
Les 166 · Klaslokaal — boeken, pagina's & les 12 woorden
- en bok het boek
Flickan läser en bok.
Het meisje leest een boek.
- en sida de pagina
Hon läser den första sidan.
Ze leest de eerste pagina.
- en mening de zin
Jag skrev en kort mening.
Ik heb een korte zin geschreven.
- ett ord het woord
Jag kan inte det här ordet.
Ik ken dit woord niet.
- en bokstav de letter
Ordet har fem bokstäver.
Dat woord heeft vijf letters.
- en berättelse het verhaal
Kvinnan berättade en lång berättelse.
De vrouw vertelde een lang verhaal.
- ett alfabet het alfabet
Barnet lär sig alfabetet.
Het kind leert het alfabet.
- ett nummer het nummer
Hon valde numret fem.
Ze koos het nummer vijf.
- en tavla het bord
Läraren skriver på tavlan.
De docent schrijft op het bord.
- en fråga de vraag
Barnet ställde en fråga.
Het kind stelde een vraag.
- ett svar het antwoord
Jag vet svaret på frågan.
Ik ken het antwoord op de vraag.
- en lektion de les
Läraren börjar lektionen.
De docent begint de les.
Les 167 · Schoolspullen 12 woorden
- en penna de pen
Den här pennan skriver väldigt mjukt.
Deze pen schrijft erg soepel.
- en blyertspenna het potlood
Kan jag låna din blyertspenna en minut?
Mag ik voor een minuutje je potlood lenen?
- ett suddgummi de gum
Jag gjorde ett fel och behöver ett suddgummi.
Ik heb een fout gemaakt en heb een gum nodig.
- en linjal de liniaal
Han använder linjalen för att mäta.
Hij gebruikt de liniaal om te meten.
- en anteckningsbok het notitieboek
Hon skriver anteckningar i sin anteckningsbok.
Ze schrijft aantekeningen in haar notitieboek.
- ett papper het papier
Slängde du fel papper?
Heb je het verkeerde papier weggegooid?
- en sax de schaar
Vi använder saxar för att klippa.
We gebruiken een schaar om te knippen.
- ett lim de lijm
De använder lim för att laga papper.
Ze gebruiken lijm om papier te plakken.
- en tejp de tape
Han använder tejp för att slå in presenter.
Hij gebruikt tape om cadeautjes in te pakken.
- en häftapparat de nietmachine
Den här häftapparaten fäster många papper.
Deze nietmachine hecht veel papieren aan elkaar.
- en överstrykningspenna de markeerstift
Du använder en överstrykningspenna för att markera text.
Je gebruikt een markeerstift om tekst te markeren.
- en ryggsäck de rugzak
Vems ryggsäck är det där vid dörren?
Wiens rugzak is dat bij de deur?
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Zweedse flashcards
Zweedse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- Sport & spel60
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
Woordenlijsten
School & schoolspullen in andere talen