Eten in het Zweeds

Woorden voor eten in het Zweeds: ett bröd (het brood), ris (de rijst), en fisk (de vis), ett ägg (het ei), en ost (de kaas), en pizza (de pizza). Hieronder staan alle 44 woorden over dit onderwerp uit de lessen 86, 87, 88 en 92 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 44 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Eten in het Zweeds: alle 44 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 86 · Eten — basis 12 woorden

  • ett bröd het brood

    Vill du ha lite bröd?

    Wil je wat brood?

  • ris de rijst

    Brukar du äta ris med grönsaker?

    Eet jij meestal rijst met groenten?

  • pasta de pasta

    Vi gör pasta till middag ikväll.

    We maken vanavond pasta voor het avondeten.

  • en soppa de soep

    Soppan smakar bättre med salt.

    De soep smaakt beter met zout.

  • en sallad de salade

    Han häller olivolja på sin sallad.

    Hij voegt olijfolie toe aan zijn salade.

  • en kyckling de kip

    De grillade kyckling i trädgården.

    Ze hebben kip gegrild in de tuin.

  • nötkött het rundvlees

    Är nötkött dyrare än kyckling?

    Is rundvlees duurder dan kip?

  • en fisk de vis

    Hon tycker inte om fisk.

    Zij houdt niet van vis.

  • ett ägg het ei

    Ägg är väldigt nyttiga.

    Eieren zijn erg gezond.

  • en ost de kaas

    Den där osten luktar väldigt starkt.

    Die kaas ruikt erg sterk.

  • en frukt het fruit

    Jag föredrar färsk frukt framför söta snacks.

    Ik heb liever vers fruit dan zoete snacks.

  • en grönsak de groente

    Grönsakerna växer snabbt.

    De groenten groeien snel.

Les 87 · Burgers, pizza & fastfood 12 woorden

  • en hamburgare de burger

    Jag åt en god hamburgare.

    Ik heb een heerlijke burger gegeten.

  • en pizza de pizza

    Vi åt en varm pizza.

    We aten een hete pizza.

  • en smörgås de boterham

    Pojken äter en smörgås.

    De jongen eet een boterham.

  • en varmkorv de hotdog

    Barnet åt en varmkorv.

    Het kind at een hotdog.

  • pommes frites de patat

    Jag åt de varma pommes fritesen.

    Ik at de hete patat.

  • en taco de taco

    Jag åt en jättegod taco.

    Ik heb een heerlijke taco gegeten.

  • en glass het ijsje

    Barnen äter glass.

    De kinderen eten een ijsje.

  • en kaka het koekje

    Barnet äter en kaka.

    Het kind eet een koekje.

  • en choklad de chocolade

    Barnet äter söt choklad.

    Het kind eet zoete chocolade.

  • ett godis het snoep

    Barnen äter godiset.

    De kinderen eten het snoep.

  • ett popcorn de popcorn

    Vi äter popcorn med salt.

    Wij eten popcorn met zout.

  • en munk de donut

    Jag åt en söt munk.

    Ik at een zoete donut.

Les 88 · Stevige & troostrijke gerechten 12 woorden

  • en korv de worst

    Han äter en stor korv.

    Hij eet een grote worst.

  • en köttbulle de gehaktballen

    Han åt tre stora köttbullar.

    Hij at drie grote gehaktballen.

  • nudlar de noedels

    Jag äter nudlar med grönsaker.

    Ik eet noedels met groenten.

  • en böna de boon

    Bonden planterade bönan.

    De boer plantte de boon.

  • en ärt de erwt

    Jag åt en grön ärt.

    Ik at een groene erwt.

  • kött het vlees

    Mannen skär köttet.

    De man snijdt het vlees.

  • en milkshake de milkshake

    Jag drack en kall milkshake.

    Ik dronk een koude milkshake.

  • en gryta de stoofpot

    Vi åt den varma grytan.

    Wij aten de hete stoofpot.

  • bacon het spek

    Mannen steker bacon.

    De man bakt het spek.

  • en skinka de ham

    Vi åt skinka med bröd.

    We aten ham met brood.

  • en ättiksgurka de augurk

    Jag åt en sur ättiksgurka.

    Ik at een zure augurk.

  • en buljong de bouillon

    Hon dricker den varma buljongen.

    Zij drinkt de hete bouillon.

Les 92 · Zoete snacks & tropisch fruit 8 woorden

  • en paj de taart

    Hon bakade en god paj.

    Zij bakte een heerlijke taart.

  • en pannkaka de pannenkoek

    Jag åt en varm pannkaka.

    Ik at een warme pannenkoek.

  • en sylt de jam

    Jag äter bröd med sylt.

    Ik eet brood met jam.

  • flingor de ontbijtgranen

    Hon äter flingor med mjölk.

    Zij eet ontbijtgranen met melk.

  • en yoghurt de yoghurt

    Jag äter yoghurt med frukt.

    Ik eet yoghurt met fruit.

  • en muffin de muffin

    Han åt en varm muffin.

    Hij at een warme muffin.

  • en cupcake de cupcake

    Barnet åt en cupcake.

    Het kind at een cupcake.

  • en våffla de wafel

    Jag åt en varm våffla.

    Ik at een warme wafel.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Eten in het Zweeds: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.