Het weer in het Portugees
De seizoenen en het weer in het Portugees: a primavera (de lente), o verão (de zomer), o outono (de herfst), o inverno (de winter), ensolarado (zonnig), nublado (bewolkt). Hieronder staan alle 24 woorden over dit onderwerp uit de lessen 41 en 43 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 24 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Het weer in het Portugees: alle 24 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 41 · Weer & seizoenen 12 woorden
- o tempo het weer
O tempo está bom hoje.
Het is vandaag mooi weer.
- ensolarado zonnig
Ele gosta de um dia ensolarado.
Hij houdt van een zonnige dag.
- nublado bewolkt
Eles esperam uma tarde nublada.
Ze verwachten een bewolkte middag.
- chuvoso regenachtig
Um dia chuvoso pode ser aconchegante.
Een regenachtige dag kan gezellig zijn.
- ventoso winderig
Está ventoso lá fora.
Het is buiten winderig.
- quente heet
Este chá está muito quente.
Deze thee is erg heet.
- frio koud
O vento frio sopra no inverno.
De koude wind waait in de winter.
- ameno warm
Estava ameno na praia hoje.
Het was vandaag warm op het strand.
- a primavera de lente
As flores amam a primavera.
De bloemen houden van de lente.
- o verão de zomer
O verão é uma estação muito quente.
De zomer is een erg heet seizoen.
- o outono de herfst
O outono é minha estação favorita.
De herfst is mijn favoriete seizoen.
- o inverno de winter
O inverno pode ser muito frio aqui.
Winter kan hier erg koud zijn.
Les 43 · Weer & voorspelling 2 12 woorden
- o guarda-chuva de paraplu
Ela tem um guarda-chuva vermelho.
Ze heeft een rode paraplu.
- a capa de chuva de regenjas
Esta capa de chuva me esquenta.
Deze regenjas houdt me warm.
- a previsão do tempo de weersverwachting
Eu assisto à previsão do tempo todos os dias.
Ik kijk elke dag naar de weersverwachting.
- a sombra de schaduw
Precisamos de sombra num dia quente.
We hebben schaduw nodig op een hete dag.
- a trovoada het onweer
Uma trovoada traz chuva forte.
Een onweer brengt zware regen met zich mee.
- o relâmpago de bliksem
Ele viu relâmpagos brilhantes ontem à noite.
Hij zag gisteravond felle bliksem.
- a neblina de mist
Eles dirigiram através da neblina densa.
Ze reden door dikke mist.
- a neve de sneeuw
Esta é neve fresca e branca.
Dit is verse, witte sneeuw.
- o gelo het ijs
Colocamos gelo nas nossas bebidas.
We doen ijs in onze drankjes.
- o granizo de hagel
Tem muito granizo lá fora.
Er ligt een heleboel hagel buiten.
- escorregadio glad
Ela caiu no gelo escorregadio.
Ze viel op het gladde ijs.
- a temperatura de temperatuur
Eles verificam a temperatura diariamente.
Ze controleren dagelijks de temperatuur.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Portugese flashcards
Portugese woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- School & schoolspullen48
- Reizen60
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Het weer in andere talen