De weg vragen in het Italiaans

De weg vragen in het Italiaans: girare a sinistra (Sla linksaf), girare a destra (sla rechtsaf), Andare dritto (Ga rechtdoor), Dov'è il...? (Waar is de ), dietro (achter), accanto a (naast). Hieronder staan alle 48 woorden over dit onderwerp uit de lessen 34, 31, 37 en 40 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 48 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

De weg vragen in het Italiaans: alle 48 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 34 · Routebeschrijving — basis 12 woorden

  • girare a sinistra Sla linksaf

    Gira a sinistra qui.

    Sla linksaf hier.

  • girare a destra sla rechtsaf

    Gira a destra all'incrocio.

    Sla rechtsaf bij het kruispunt.

  • Andare dritto Ga rechtdoor

    Vai dritto a scuola.

    Ga rechtdoor naar school.

  • È vicino Het is dichtbij

    È vicino.

    Het is dichtbij.

  • È lontano. Het is ver

    È lontano.

    Het is ver.

  • dall'altra parte della strada aan de overkant van de straat

    Lui vive dall'altra parte della strada.

    Hij woont aan de overkant van de straat.

  • all'angolo op de hoek

    Sta aspettando all'angolo.

    Ze staat op de hoek te wachten.

  • Al semaforo bij het stoplicht

    Ci siamo fermati al semaforo.

    We stopten bij het stoplicht.

  • all'incrocio op het kruispunt

    Il bar è all'incrocio.

    De bar is op het kruispunt.

  • un attraversamento pedonale het zebrapad

    Quell'attraversamento pedonale è molto sicuro.

    Dat zebrapad is erg veilig.

  • a un isolato één blok verderop

    Il museo è a un isolato.

    Het museum is één blok verderop.

  • seguire i segnali de borden volgen

    Segui i segnali verso la sicurezza.

    Je moet de borden volgen naar de veiligheid.

Les 31 · Waar is & ergens komen 12 woorden

  • Dov'è il...? Waar is de ...

    Dov'è l'hotel?

    Waar is het hotel?

  • C'è... qui vicino? Is er een ... in de buurt

    C'è una banca qui vicino?

    Is er een bank in de buurt?

  • Come faccio ad arrivare a...? Hoe kom ik bij ...?

    Come faccio ad arrivare a scuola?

    Hoe kom ik bij school?

  • Quale autobus va a...? Welke bus gaat naar ...?

    Quale autobus va al centro?

    Welke bus gaat naar het centrum?

  • Quale linea va a...? Welke lijn gaat naar ...

    Quale linea va al museo?

    Welke lijn gaat naar het museum?

  • Quanto tempo ci vuole? Hoe lang duurt het ...

    Mi chiedo quanto tempo ci vuole.

    Ik vraag me af hoe lang het duurt.

  • Quanto dista? Hoe ver is het

    Quanto dista?

    Hoe ver is het?

  • Puoi mostrarmi sulla mappa? Kun je me ... op de kaart laten zien?

    Puoi mostrarmi sulla mappa?

    Kun je me op de kaart laten zien?

  • cercare ik zoek

    Cercano un bagno.

    Ze zijn op zoek naar een toilet.

  • il più vicino de dichtstbijzijnde

    Il negozio più vicino è laggiù.

    De dichtstbijzijnde winkel is daar beneden.

  • Questo va a...? Gaat dit naar ...?

    Questo va al ristorante?

    Gaat dit naar het restaurant?

  • Quale fermata per...? Bij welke halte moet ik zijn voor ...?

    Quale fermata per il centro?

    Bij welke halte moet ik zijn voor het centrum?

Les 37 · Routebeschrijving 2 12 woorden

  • dietro achter

    È dietro quel palazzo.

    Het staat achter dat gebouw.

  • davanti a voor

    Lei è davanti a me.

    Zij staat voor mij.

  • tra tussen

    Il parco è tra due case.

    Het park ligt tussen twee huizen.

  • accanto a naast

    Quel negozio è accanto a casa mia.

    Die winkel ligt naast mijn huis.

  • opposto de tegenovergestelde

    Andiamo nella direzione opposta.

    Wij gaan de tegenovergestelde richting op.

  • di fronte a tegenover

    Viviamo di fronte al negozio.

    Wij wonen tegenover de winkel.

  • dietro l'angolo om de hoek

    Ora abita dietro l'angolo.

    Ze woont nu om de hoek.

  • verso richting

    I bambini camminano verso il grande albero.

    De kinderen lopen richting de grote boom.

  • oltre voorbij

    Devi andare oltre il ponte.

    Je moet voorbij de brug gaan.

  • in fondo alla strada aan het einde van de straat

    Abito in fondo alla strada.

    Ik woon aan het einde van de straat.

  • a sinistra aan de linkerkant

    Lei parcheggia a sinistra.

    Zij parkeert aan de linkerkant.

  • a destra aan de rechterkant

    Sono a destra.

    Ze staan aan de rechterkant.

Les 40 · Kaart & oriëntatie 12 woorden

  • nord het noorden

    Il nord di questa città è interessante.

    Het noorden van deze stad is interessant.

  • sud het zuiden

    Il vento viene da sud.

    De wind komt uit het zuiden.

  • est oosten

    Il vento viene da est.

    De wind komt uit het oosten.

  • ovest het westen

    Il sole tramonta a ovest.

    De zon gaat onder in het westen.

  • nord-est het noordoosten

    Ben vive nella zona nord-est.

    Ben woont in het noordoosten.

  • nord-ovest het noordwesten

    Quello stato è nel nord-ovest.

    Die staat ligt in het noordwesten.

  • sud-orientale zuidoosten

    Lui vive nella regione sud-orientale.

    Hij woont in het zuidoosten van het land.

  • sud-ovest het zuidwesten

    Sono andati verso sud-ovest.

    Ze reden naar het zuidwesten.

  • un'inversione a U de U-bocht

    Questa è un'inversione a U.

    Dit is een U-bocht.

  • una strada senza uscita de doodlopende weg

    Quella strada è una strada senza uscita.

    Die straat is een doodlopende weg.

  • una scala mobile de roltrap

    La scala mobile ti porta all'ultimo piano.

    De roltrap brengt je naar de bovenste verdieping.

  • una rampa de hellingbaan

    Le sedie a rotelle richiedono rampe.

    Rolstoelen hebben hellingbanen nodig.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

De weg vragen in het Italiaans: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.