Maanden in het Italiaans
De maanden in het Italiaans: gennaio (januari), febbraio (februari), marzo (maart), aprile (april), maggio (mei), giugno (juni), luglio (juli), agosto (augustus), settembre (september), ottobre (oktober), novembre (november), dicembre (december). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 26 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Maanden in het Italiaans: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 26 · Maanden & data 12 woorden
- gennaio januari
Gennaio è il primo mese.
Januari is de eerste maand.
- febbraio februari
Febbraio di solito è un mese breve.
Februari is meestal een korte maand.
- marzo maart
Di solito vado a trovarli a marzo.
Ik bezoek hen meestal in maart.
- aprile april
La partita di basket è ad aprile.
De basketbalwedstrijd is in april.
- maggio mei
Il mio esame finale è a maggio.
Mijn eindexamen is in mei.
- giugno juni
Saprò la risposta entro giugno.
Ik weet het antwoord in juni.
- luglio juli
Luglio è di solito un mese molto caldo.
Juli is meestal een erg warme maand.
- agosto augustus
Ci vediamo di nuovo ad agosto?
Kunnen we in augustus weer afspreken?
- settembre september
La mia vacanza è a settembre.
Mijn vakantie is in september.
- ottobre oktober
Il tuo compleanno è a ottobre?
Is je verjaardag in oktober?
- novembre november
Perché piove a novembre?
Waarom regent het in november?
- dicembre december
Dicembre è l'ultimo mese.
december is de laatste maand.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Italiaanse flashcards
Italiaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Maanden in andere talen