Feestdagen & feesten in het Italiaans
Feestdagen en feesten in het Italiaans: un compleanno (de verjaardag), una festa (het feest), una torta (de taart), un matrimonio (de bruiloft), Capodanno (nieuwjaar), dei fuochi d'artificio (het vuurwerk). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 135 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Feestdagen & feesten in het Italiaans: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 135 · Feesten & feestdagen 12 woorden
- un compleanno de verjaardag
È il compleanno di mia sorella.
Dat is de verjaardag van mijn zus.
- una festa het feest
Vado alla festa.
Ik ga naar het feest.
- una torta de taart
A loro piace mangiare la torta.
Ze eten graag taart.
- una candela de kaarsen
Le piacciono le candele di compleanno.
Zij houdt van de verjaardagskaarsen.
- un biglietto di compleanno de verjaardagskaart
Questo è un bel biglietto di compleanno.
Dit is een mooie verjaardagskaart.
- un matrimonio de bruiloft
Un matrimonio è un momento felice.
Een bruiloft is een vrolijke tijd.
- un anniversario de verjaardag
Festeggiano il loro anniversario ogni anno.
Ze vieren elk jaar hun verjaardag.
- una laurea de diploma-uitreiking
Ha partecipato alla sua cerimonia di laurea.
Ze was aanwezig bij haar diploma-uitreiking.
- Capodanno nieuwjaar
Capodanno è un momento felice.
Nieuwjaar is een vrolijke tijd.
- una festa het festival
Una festa unisce le persone.
Een festival brengt mensen samen.
- una parata de optocht
Abbiamo visto la parata colorata.
We hebben naar de kleurrijke optocht gekeken.
- dei fuochi d'artificio het vuurwerk
I fuochi d'artificio illuminano la notte.
Vuurwerk verlicht de nacht.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Italiaanse flashcards
Italiaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Feestdagen & feesten in andere talen