Dieren in het Italiaans
Dieren in het Italiaans: un cane (de hond), un gatto (de kat), un cavallo (het paard), una mucca (de koe), un uccello (de vogel), un coniglio (het konijn). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 137, 138 en 139 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 36 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Dieren in het Italiaans: alle 36 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 137 · Huisdieren & dieren 12 woorden
- un animale domestico het huisdier
Ama il suo piccolo animale domestico.
Ze houdt van haar kleine huisdier.
- un cane de hond
Il tuo cane aspetta alla porta?
Wacht jouw hond bij de deur?
- un gatto de kat
A un gatto piace dormire qui.
Een kat slaapt graag hier.
- un guinzaglio de riem
Usano il guinzaglio del cane.
Ze gebruiken de riem van de hond.
- un collare de halsband
Questo cane indossa un collare blu.
Deze hond draagt een blauwe halsband.
- una ciotola de kom
Lui mangia da una ciotola.
Hij eet uit een kom.
- dare da mangiare voeren
Lei darà da mangiare al cane.
Zij zal de hond voeren.
- portare a spasso il cane de hond uitlaten
Porto a spasso il cane tutti i giorni.
Elke dag laat ik de hond uit.
- una lettiera de kattenbak
La lettiera è sotto il tavolo?
Staat de kattenbak onder de tafel?
- una clinica veterinaria de dierenkliniek
La clinica veterinaria aiuta gli animali malati.
De dierenkliniek helpt zieke huisdieren.
- un trasportino de reismand
Ha un nuovo trasportino.
Ze heeft een nieuwe reismand voor haar huisdier.
- un biscottino hondensnoepjes
Amano molto i biscottini per cani.
Ze zijn dol op hondensnoepjes.
Les 138 · Veelvoorkomende dieren 12 woorden
- un pappagallo de papegaai
Il pappagallo mangia la frutta.
De papegaai eet het fruit.
- un criceto de hamster
Il piccolo criceto mangia dei semi.
De kleine hamster eet zaadjes.
- un cavallo het paard
Il cavallo marrone corre veloce.
Het bruine paard rent snel.
- una mucca de koe
La mucca mangia l'erba verde.
De koe eet groen gras.
- una pecora het schaap
La pecora bianca mangia l'erba.
Het witte schaap eet gras.
- un maiale het varken
Il contadino dà da mangiare al maiale.
De boer voert het varken.
- un uccello de vogel
L'uccello vola nel cielo.
De vogel vliegt in de lucht.
- un pesce de vis
Il pesce nuota nell'acqua.
De vis zwemt in het water.
- un coniglio het konijn
Il piccolo coniglio mangia l'erba.
Het kleine konijn eet gras.
- un pollo de kip
Il pollo mangia il grano.
De kip eet het graan.
- un'anatra de eend
L'anatra nuota nell'acqua.
De eend zwemt in het water.
- un topo de muis
Il gatto ha catturato il topo.
De kat ving de muis.
Les 139 · Wilde natuur 12 woorden
- un leone de leeuw
Il leone mangia la carne.
De leeuw eet het vlees.
- una tigre de tijger
La tigre mangia la carne.
De tijger eet vlees.
- un orso de beer
Il grande orso mangia il pesce.
De grote beer eet vis.
- un elefante de olifant
L'elefante beve l'acqua.
De olifant drinkt water.
- una scimmia de aap
La scimmia si arrampica sull'albero.
De aap klimt in de boom.
- un serpente de slang
Il serpente si nasconde sotto la roccia.
De slang verstopt zich onder de rots.
- uno squalo de haai
Lo squalo ha denti affilati.
De haai heeft scherpe tanden.
- una balena de walvis
La balena nuota nel mare.
De walvis zwemt in de zee.
- un ragno de spin
Vedo un ragno nero.
Ik zie een zwarte spin.
- un'ape de bij
L'ape produce il miele.
De bij maakt honing.
- una farfalla de vlinder
Vedo una bellissima farfalla.
Ik zie een mooie vlinder.
- un lupo de wolf
Il lupo caccia di notte.
De wolf jaagt 's nachts.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Italiaanse flashcards
Italiaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Dieren in andere talen