オランダ語の動詞
コースで最初に出てくるオランダ語の動詞: maken (作る), krijgen (もらう), hebben (持つ), eten (食べる), drinken (飲む), slapen (寝る), zien (見える), kijken naar (見る). 下に223語の動詞をすべて載せています。どれも画像、ネイティブ音声、例文つきです。
オランダ語の動詞:全223語(レッスン順)
画像をタップすると音声が流れます。
日本語の意味を隠しています。単語を声に出して言ってから、グレーの枠をタップして確認しましょう。
レッスン5 · 日常の動詞 — 基本の動作 12語
- maken 作る
Ik maak goede koffie.
私は美味しいコーヒーを作ります。
- krijgen もらう
Hij kreeg een cadeau.
彼はプレゼントをもらいました。
- hebben 持つ
Emma heeft een auto.
エマさんは車を持っています。
- eten 食べる
Zij eten appels.
彼らはりんごを食べています。
- drinken 飲む
Drink jij koffie?
コーヒーを飲みますか?
- slapen 寝る
Ik wil nu slapen.
私は今寝たいです。
- zien 見える
Kun je het huis zien?
家が見えますか?
- kijken naar 見る
Adam vindt het leuk om naar foto's te kijken.
アダムさんは写真を見るのが好きです。
- lezen 読む
De student leest boeken.
学生は本を読みます。
- openen 開ける
Zij opent het raam.
彼女は窓を開けます。
- sluiten 閉める
Ik sluit de deur.
私はドアを閉めます。
- komen 来る
Je komt hier elke dag.
あなたは毎日ここに来ます。
レッスン11 · 日常の動詞 — 伝える・考える 12語
- weten 知る
Je weet het antwoord nu.
あなたは今、答えを知っています。
- vragen 尋ねる
Je kunt het aan je broer vragen.
お兄さんに尋ねてもいいですよ。
- horen 聞こえる
Kun je dat geluid horen?
あの音が聞こえますか?
- leren 学ぶ
Je leert elke dag iets nieuws.
毎日何か新しいことを学びます。
- praten met 話す
Vind je het leuk om met je vrienden te praten?
友達と話すのが好きですか?
- zeggen 言う
Ik wil iets zeggen.
私は何か言いたいです。
- kiezen 選ぶ
Je kiest je favoriete kleur.
好きな色を選びます。
- schrijven 書く
De studenten schrijven een verhaal.
学生たちは物語を書きます。
- bellen 電話する
Ik ga je bellen.
私はあなたに電話します。
- luisteren naar 聞く
Ik luister naar de radio.
私はラジオを聞きます。
- studeren 勉強する
Ik moet hard studeren voor elke toets.
私はどのテストも一生懸命勉強します。
- vertellen 教える
Hij vertelt me zijn naam.
彼は私に名前を教えます。
レッスン12 · 動詞 — 気軽なやりとり 12語
- ontmoeten 会う
Ik ontmoet je morgen.
明日あなたに会います。
- zich aansluiten bij 加わる
Zij zal zich bij onze groep aansluiten.
彼女は私たちのグループに加わります。
- genieten van 楽しむ
Wij genieten van de muziek.
私たちは音楽を楽しんでいます。
- beschrijven 説明する
De jongen beschreef het dier.
その男の子はその動物について説明しました。
- uitleggen 説明する
Zij zal het probleem uitleggen.
彼女がその問題を説明します。
- lesgeven 教える
Ik lesgeef de nieuwe studenten.
私は新入生に教えます。
- voorstellen 紹介する
Ik zal mijn vriend voorstellen.
友達を紹介します。
- accepteren 受け取る
Zij accepteert het cadeau.
彼女はその贈り物を受け取ります。
- weigeren 拒む
Het kind weigert het eten.
その子供は食べ物を拒んでいます。
- beloven 約束する
Ik beloof dat ik je zal helpen.
あなたを助けると約束します。
- bespreken 話し合う
Zij bespreken het nieuwe plan.
彼らは新しい計画について話し合っています。
- contact opnemen met 連絡する
Ik zal contact opnemen met de dokter.
医者に連絡します。
レッスン13 · 動詞 — 音と身ぶり 12語
- lachen 笑う
De kinderen lachen hard.
子供たちが大きな声で笑っています。
- schreeuwen 叫ぶ
De jongen schreeuwt om hulp.
その男の子は助けを求めて叫びます。
- fluisteren 囁く
Hij fluistert in mijn oor.
彼は私の耳元で囁きます。
- zwaaien 手を振る
Ze zwaait gedag.
彼女は別れの手を振る。
- knikken 頷く
De vrouw knikt met haar hoofd.
その女性は頷いています。
- knuffelen 抱きしめる
De moeder knuffelt haar kind.
母親が子供を抱きしめています。
- kussen キスする
De moeder kust haar kind.
お母さんは子供にキスします。
- wijzen 指さす
Het kind wijst naar de hond.
子供が犬を指さしています。
- knipperen 瞬きする
Hij knippert snel met zijn ogen.
彼は素早く瞬きしました。
- fronsen 眉をひそめる
De vader fronst naar zijn zoon.
父親は息子に対して眉をひそめました。
- gapen あくびをする
De vermoeide man gaapt.
疲れた男性があくびをしています。
- snuiven 嗅ぐ
De hond snuift aan het eten.
犬が食べ物の匂いを嗅いでいます。
レッスン18 · 安全と助け 2語
- beschermen 守る
De politie moet ons beschermen.
警察は私たちを守ります。
- waarschuwen 警告する
Ik moet ze waarschuwen!
私は彼らに警告しなければなりません!
レッスン19 · 日常の動詞 — 仕事・移動・予定 11語
- kopen 買う
Je kunt hier fruit kopen.
ここで果物が買えます。
- betalen 払う
Je moet hiervoor betalen.
これのお金を払わなければなりません。
- verkopen 売る
Ze verkopen hier vers fruit.
ここでは新鮮な果物を売っています。
- leggen 置く
Hij legt het boek op tafel.
彼はテーブルの上に本を置きます。
- zitten 座る
Emma zit in die stoel.
エマさんはその椅子に座ります。
- staan 立つ
Ik sta bij de deur.
私はドアのそばに立ちます。
- zwemmen 泳ぐ
Zij kunnen snel zwemmen.
彼らは速く泳げます。
- rijden 運転する
Je moet voorzichtig rijden.
気をつけて運転しなければなりません。
- plannen 予定する
Zij plannen om binnenkort op bezoek te komen.
彼らは近いうちに訪ねることを予定しています。
- afmaken 終わらせる
Hij kan zijn huiswerk later afmaken.
彼は後で宿題を終わらせることができます。
- geven あげる
Ik geef cadeaus aan vrienden.
私は友達にプレゼントをあげます。
レッスン28 · 毎日の動作の動詞 2 11語
- meebrengen 持ってくる
Zij brengen eten mee naar het feest.
彼らはパーティーに食べ物を持ってきます。
- pakken 持っていく
Je pakt altijd mijn pen.
あなたはいつも私のペンを持っていきます。
- dragen 運ぶ
Hij kan de doos dragen.
彼はその箱を運べます。
- ophalen 受け取る
Kun je het pakketje ophalen?
荷物を受け取ってくれますか?
- laten vallen 落とす
Als ik de telefoon laat vallen, gaat hij kapot.
私がスマホを落としたら、壊れます。
- aanreiken 取る
Kun je me het zout aanreiken?
塩を取ってもらえますか?
- neerzetten 置く
Wij zetten onze rugzakken neer.
私たちはリュックを置きました。
- opruimen 片付ける
Ik ruim mijn speelgoed op.
私はおもちゃを片付けます。
- ophangen 掛ける
Ze hangen hun jassen op.
彼らはコートを掛けます。
- aanzetten つける
Je zet het licht aan.
電気をつけます。
- uitzetten 消す
Kan iemand de radio uitzetten?
誰かラジオを消してくれますか?
レッスン29 · 動詞 — 移動と遊び 12語
- springen 跳ぶ
De kat springt over de muur.
猫が壁を跳び越えます。
- gooien 投げる
De jongen gooit de steen.
男の子が石を投げます。
- vangen 捕る
Hij vangt de bal.
彼はボールを捕ります。
- rijden 乗る
De jongen rijdt op een paard.
男の子が馬に乗っています。
- vliegen 飛ぶ
De vogels vliegen in de lucht.
鳥が空を飛んでいます。
- kruipen 這う
De baby kruipt op de vloer.
赤ちゃんが床を這っています。
- overslaan 飛ばす
Zij sloeg de eerste pagina over.
彼女は最初のページを飛ばした。
- schoppen 蹴る
Het kind schopt tegen de bal.
子供がボールを蹴っています。
- stuiteren 弾む
De bal stuitert op de grond.
ボールが地面で弾みます。
- klimmen 登る
De kat klimt in de boom.
猫が木に登ります。
- duiken 飛び込む
De jongen duikt in het water.
男の子が水の中に飛び込みます。
- glijden 滑る
De doos glijdt over de vloer.
箱が床の上を滑ります。
レッスン30 · 動詞 — 手を動かす・実用 12語
- knijpen つねる
Hij kneep in mijn arm.
彼は私の腕をつねりました。
- knijpen 握る
Zij knijpt in mijn hand.
彼女は私の手をぎゅっと握りしめた。
- prikken 突く
Het kind prikte in mijn arm.
子供が私の腕を指で突きました。
- aaien なでる
De jongen aait de hond.
男の子が犬をなでています。
- wrijven 擦る
Ik wrijf in mijn vermoeide ogen.
疲れた目を擦ります。
- draaien 捻る
De man draait aan het touw.
その男はロープを捻っています。
- schudden 振る
De baby schudt met het speelgoed.
赤ちゃんがおもちゃを振っています。
- vouwen 折る
Ik vouw het papier.
私は紙を折ります。
- drukken op 押す
Zij drukt op de rode knop.
彼女は赤いボタンを押します。
- bevestigen 取り付ける
Hij zal het touw bevestigen.
彼はロープを取り付けます。
- trekken 引く
De man trekt aan het zware touw.
その男性は重いロープを引いています。
- inpakken 荷造りする
Ik pak mijn tas in.
私はカバンに荷造りします。
レッスン31 · 場所と行き方 1語
- ik zoek 探す
Ze zijn op zoek naar een toilet.
彼らはトイレを探しています。
レッスン56 · 衣類とサイズ 2語
- passen 入る
Ze past nog steeds in haar oude spijkerbroek.
彼女はまだ古いジーンズが入ります。
- passen 試着する
Wij passen nieuwe hoeden.
私たちは新しい帽子を試着します。
レッスン61 · 落とし物・忘れ物の必需品 2語
- verliezen なくす
Ik ben mijn sleutels in het park verloren.
公園で鍵をなくしました。
- terugbrengen 返す
Zij zal het boek morgenochtend terugbrengen.
彼女は明日の朝、本を返します。
レッスン65 · 公共の標識と掲示 2語
- duwen 押す
Zij duwen de rode deur.
彼らは赤いドアを押します。
- trekken 引く
Je moet aan de deur trekken.
ドアを引く必要があります。
レッスン70 · 家事の動作 9語
- wassen 洗う
Ik ga nu de afwas doen.
今、私は皿を洗います。
- koken 料理する
Zij koken elke avond het avondeten.
彼らは毎晩夕食を料理します。
- koken 沸かす
Je kookt water voor thee.
お茶のためにお湯を沸かします。
- bakken 揚げる
Bakt u uw eten vaak?
よく食べ物を揚げますか?
- bakken 焼く
Zij bakt vandaag brood.
彼女は今日、パンを焼きます。
- vegen 掃く
Ik veeg de vloer sneller.
私は床をもっと速く掃きます。
- stofzuigen 掃除機をかける
Wij stofzuigen de woonkamer.
私たちはリビングに掃除機をかけます。
- water geven 水をやる
Ze geven wekelijks water aan de tuin.
彼らは毎週庭に水をやります。
- uitdoen 消す
Kun je het licht uitdoen?
電気を消してくれますか?
レッスン71 · 料理とキッチンの動詞 11語
- schenken 注ぐ
Zij schenkt water in het kopje.
彼女はコップに水を注ぎます。
- roeren かき混ぜる
Ik roer in de hete soep.
熱いスープをかき混ぜます。
- hakken 割る
De man hakt het hout.
その男の人は薪を割っています。
- dopen 浸す
Zij dopt de doek in het water.
彼女は布を水に浸します。
- schillen 剥く
Zij schilt de sinaasappel.
彼女はオレンジの皮を剥きます。
- raspen おろす
Zij raspt de groenten.
彼女は野菜をおろします。
- mengen 混ぜる
Ik meng het zout en het water.
塩と水を混ぜます。
- besmeren 塗る
Zij besmeert het brood met boter.
彼女はパンにバターを塗る。
- smelten 溶かす
De zon smelt het ijs.
太陽が氷を溶かします。
- meten 測る
Ik meet het lange touw.
私はその長いロープを測ります。
- vullen 満たす
Ik vul de beker met water.
私はコップを水で満たします。
レッスン73 · 修理とメンテナンス 3語
- repareren 直す
Wij repareren hier kapotte dingen.
私たちはここで壊れたものを直します。
- repareren 修理する
Weet je hoe je het moet repareren?
それを修理する方法を知っていますか?
- vervangen 交換する
Wij vervangen oude banden.
私たちは古いタイヤを交換します。
レッスン76 · 上半身と顔 1語
- glimlachen 微笑む
Het kind glimlacht naar mij.
その子供は私に微笑んでいます。
レッスン78 · 体とフィットネス 4語
- opwarmen ウォーミングアップする
Dit helpt om de spieren op te warmen.
これは筋肉をウォーミングアップするのに役立ちます。
- rekken ストレッチする
Ik rek me elke ochtend uit.
私は毎朝ストレッチします。
- rennen 走る
Zij rennen erg snel.
彼らはとても速く走ります。
- lopen 歩く
Ze houdt ervan om 's avonds te lopen.
彼女は夕方に歩くのが好きです。
レッスン79 · ナイトライフ 2語
- uitgaan 出かける
Wij gaan meestal op vrijdag uit.
私たちはたいてい金曜日に出かけます。
- dansen 踊る
Mijn vrienden willen altijd dansen.
私の友達はいつも踊りたがっています。
レッスン81 · 痛み・切り傷・応急手当 8語
- huilen 泣く
Het verdrietige kind huilt.
悲しんでいる子供が泣いています。
- vallen 落ちる
De vrucht valt van de boom.
果物が木から落ちます。
- snijden 切る
Zij snijdt het brood.
彼女はパンを切ります。
- branden 燃える
Het droge hout brandt snel.
乾いた薪はすぐに燃えます。
- krabben 引っ掻く
De kat krabde in mijn arm.
猫が私の腕を引っ掻きました。
- stoten ぶつける
Ik stootte mijn hoofd.
頭をぶつけました。
- herstellen 回復する
Hij herstelde van de ziekte.
彼は病気から回復しました。
- genezen 治る
De diepe wond zal genezen.
その深い傷は治ります。
レッスン82 · 電力と電気 1語
- inpluggen プラグ
Hij vergat de oplader van de laptop in te pluggen.
彼はノートパソコンの充電器のプラグを差し込むのを忘れました。
レッスン85 · 数字 — もっと大きく、その先へ 2語
- verdubbelen 倍にする
De koopman verdubbelde de prijs.
商人は価格を倍にしました。
- verdrievoudigen 3倍になる
De prijs van brood zal verdrievoudigen.
パンの価格は3倍になります。
レッスン95 · 食事と食事の時間 1語
- helpen 手伝う
Mijn vriend helpt mij.
友達が私を手伝ってくれています。
レッスン96 · 五感 1語
- voelen 感じる
Ik voel het koude water.
冷たい水を感じます。
レッスン106 · 好きと嫌い 2語
- ik vind het fijn als ... 好き
Ik vind het fijn als mensen eerlijk zijn.
私は正直な人が好きです。
- ik houd van 大好き
Ik houd van het, omdat het van mij is.
それは私のものなので、大好きです。
レッスン108 · 場面ごとの好み 2 1語
- ik kan niet kiezen 決められない
Zij kunnen niet kiezen, ik ook niet.
彼らも決められません。
レッスン119 · 約束とスケジュール 1語
- verplaatsen 予定を変更する
Zij zullen de vergadering verplaatsen.
彼らは会議の予定を変更します。
レッスン121 · 毎日のルーティン 7語
- wakker worden 目を覚ます
Ze houdt ervan om vroeg wakker te worden.
彼女は早く目を覚ますのが好きです。
- opstaan 起きる
Zij staan bij zonsopgang op.
彼らは日の出に起きます。
- douchen シャワーを浴びる
Je doucht elke ochtend.
あなたは毎朝シャワーを浴びます。
- zich aankleden 服を着る
Ik moet me aankleden voor school.
学校に行く前に、服を着なければなりません。
- ontbijten 朝ご飯を食べる
Wij ontbijten elke ochtend.
私たちは毎朝、朝ご飯を食べます。
- lunchen 昼ご飯を食べる
Zij lunchen om twaalf uur.
彼らは正午に昼ご飯を食べます。
- thuiskomen 家に帰る
Ik thuiskom na school.
私は放課後、家に帰ります。
レッスン123 · ものを描写する — 実用的な形容詞 1語
- repareren 直す
Hij repareerde de kapotte fiets.
彼は壊れた自転車を直しました。
レッスン126 · 学習と勉強の習慣 3語
- herhalen 繰り返す
Kun je de instructies alsjeblieft herhalen?
説明を繰り返してください。
- uit het hoofd leren 暗記する
Ze leren hun tekst makkelijk uit het hoofd.
彼らはセリフを簡単に暗記します。
- verbeteren 上げる
Je kunt je cijfer verbeteren.
成績を上げることができます。
レッスン134 · 訪問とおもてなし 3語
- uitnodigen 招待する
Zij nodigen vrienden uit voor het feest.
彼らはパーティーに友達を招待します。
- ontvangen 招く
Ik ontvang elke zomer gasten.
私は毎年夏にお客さんを招きます。
- meebrengen 持ってくる
Je brengt een lekker dessert mee.
あなたは美味しいデザートを持ってきます。
レッスン137 · ペットと動物 2語
- voeren 餌をあげる
Zij zal de hond voeren.
彼女は犬に餌をあげます。
- hondensnoepjes おやつ
Ze zijn dol op hondensnoepjes.
彼らは犬用のおやつが大好きです。
レッスン140 · 家のメンテナンスと道具 3語
- repareren 修理する
Hij repareert de kapotte stoel.
彼は壊れた椅子を修理します。
- lekken 漏れる
Er lekt water uit de pijp.
パイプから水が漏れています。
- repareren 直す
Ik zal de kapotte deur repareren.
壊れたドアを直します。
レッスン143 · トラブル対応と緊急時 3語
- helpen 手伝う
Ik help mijn vriend.
私は友達を手伝います。
- kwijtraken なくす
Ik ben mijn tas kwijtgeraakt.
カバンをなくしました。
- gestolen 盗む
De dief heeft het geld gestolen.
泥棒がお金を盗みました。
レッスン144 · 街の交通と通勤 1語
- passeren 通過する
De trein passeert het station.
電車が駅を通過する。
レッスン145 · ビジネスと取引 4語
- handelen 交換する
Zij handelen in goederen op de markt.
彼らは市場で品物を交換しています。
- importeren 輸入する
Ze importeren voedsel uit andere landen.
彼らは他国から食品を輸入しています。
- exporteren 輸出する
Ons land exporteert rijst.
わが国は米を輸出しています。
- investeren 投資する
Wij investeren geld in het bedrijf.
私たちはその会社に資金を投資しています。
レッスン147 · デジタル生活と接続 4語
- verwijderen 削除する
Ik zal het bericht verwijderen.
メッセージを削除します。
- zoeken 探す
De mannen zoeken naar water.
男たちは水を探しています。
- bijwerken 更新する
Ik zal de informatie bijwerken.
情報を更新します。
- downloaden ダウンロードする
Ik downloadde het nieuwe bestand.
新しいファイルをダウンロードしました。
レッスン148 · 趣味と自由時間 5語
- lezen 読書
Ze vinden het leuk om dagelijks boeken te lezen.
彼らは毎日、読書を楽しんでいます。
- zingen 歌うこと
Ze genieten elke dag van het zingen.
彼らは毎日歌うことを楽しんでいます。
- dansen ダンス
Ze houdt van dansen op feestjes.
彼女はパーティーでダンスをするのが大好きです。
- wandelen ハイキング
Wij wandelen graag in de zomer.
私たちは夏にハイキングを楽しみます。
- zwemmen 水泳
Ik houd van zwemmen in het meer.
私は湖での水泳が大好きです。
レッスン150 · クリエイティブな趣味 2語
- breien 編む
Ze houdt van het breien van warme sjaals.
彼女は暖かいマフラーを編むのを楽しみます。
- naaien 裁縫
Haar vaardigheden in het naaien verbeteren elke week.
彼女の裁縫の技術は毎週上達しています。
レッスン152 · スポーツとゲーム 3語
- scoren 得点する
Ik score punten in het spel.
私はゲームで得点します。
- winnen 勝つ
Je kunt elke keer winnen.
毎回勝てます。
- verliezen 失う
Ze verliezen de bal soms.
彼らは時々ボールを失います。
レッスン153 · スポーツの動詞 — フィールドで 8語
- schieten 射る
De jager schiet de pijl af.
猟師が矢を射ます。
- verdedigen 守る
De soldaten verdedigen de stad.
兵士たちが街を守っています。
- juichen 歓声を上げる
De mensen juichen voor de winnaar.
人々は勝者に歓声を上げます。
- slaan 打つ
De jongen sloeg de bal.
男の子がボールを打ちました。
- tillen 持ち上げる
Hij tilt de zware doos op.
彼は重い箱を持ち上げます。
- dribbelen ドリブルする
De jongen dribbelt met de bal.
男の子がボールをドリブルしています。
- aanpakken 取り組む
We moeten dit moeilijke probleem aanpakken.
私たちはこの難しい問題に取り組まなければなりません。
- gooien 投げる
De speler gooit de bal.
選手がボールを投げる。
レッスン156 · スポーツ — アウトドア・アクション 7語
- surfen サーフィンをする
De man surft op een golf.
その男性は波に乗ってサーフィンをしています。
- vissen 釣りをする
Wij zijn in de rivier aan het vissen.
私たちは川で釣りをしています。
- zeilen 航行する
Het schip zeilt nu.
船は今、航行しています。
- klimmen 登る
De jongen klimt in de boom.
男の子が木に登っています。
- joggen ジョギングする
De man jogt buiten.
その男性は外でジョギングしています。
- skeeleren インラインスケートをする
Hij skeelert in het park.
彼は公園でインラインスケートをしています。
- peddelen 漕ぐ
Wij zijn de kleine boot aan het peddelen.
私たちは小さなボートを漕いでいます。
レッスン158 · 家でのエンタメ 4語
- streamen ストリーミング
Ze vinden het leuk om online films te streamen.
彼らはオンラインで映画のストリーミングを楽しんでいます。
- pauzeren 一時停止する
Kun je de film alsjeblieft pauzeren?
映画を一時停止してもらえますか?
- afspelen 再生する
Ik kan de film van vorige week afspelen.
私は先週の映画を再生できます。
- terugspoelen 巻き戻す
Ik heb dat stukje gemist, kun je alsjeblieft terugspoelen?
その部分を見逃したので、巻き戻してください。
レッスン159 · お出かけエンタメ 1語
- show ショー
Hij denkt dat iedereen van die show houdt.
彼は、みんながあのショーが大好きだと思っています。
レッスン161 · デジタル生活 1 5語
- uploaden アップロードする
Wij uploaden foto's naar de website.
私たちはウェブサイトに写真をアップロードします。
- downloaden ダウンロードする
Zij zal het bestand later downloaden.
彼女は後でファイルをダウンロードします。
- delen シェアする
Kun je die video met mij delen?
その動画を私にシェアしてくれますか?
- like いいね
Wauw, je foto heeft wel duizend likes!
わあ、あなたの写真にいいねが1000個ついています!
- volgen フォローする
Op sociale media volgt ze veel kunstenaars.
彼女はSNSでたくさんのアーティストをフォローしています。
レッスン173 · 宇宙と天体 1語
- draaien om 公転する
De maan draait om de planeet.
月は惑星の周りを公転しています。
レッスン175 · 旅の計画 3語
- overstappen 乗り換える
Zij kan overstappen op een andere vlucht.
彼女は別の便に乗り換えることができます。
- annuleren キャンセルする
Ik moet de boeking direct annuleren.
私はすぐに予約をキャンセルしなければなりません。
- wijzigen 変更する
Je kunt de boeking bij de balie wijzigen.
受付で予約を変更できます。
レッスン178 · 過去を話す 2 — 起きたことを伝える 1語
- ik ging 行く
Ik ging na schooltijd naar huis.
私は学校の後に家に行きました。
レッスン181 · アドバイスをする — 親しみやすい提案 1語
- proberen 〜ようにする
Probeer het de volgende keer serieus te nemen.
次は真面目に考えるようにしてください。
レッスン183 · 問題に対処する — すばやい解決 1語
- Ik heb ... gemist ...に乗り遅れる
Ik heb de bus gemist, dus ik ren.
バスに乗り遅れたので、走ります。
個人利用・授業での利用は無料です。
オランダ語の単語カードをもっと見る
テーマ別のオランダ語の単語
ほかの言語の「動詞」