Maanden in het Spaans
De maanden in het Spaans: enero (januari), febrero (februari), marzo (maart), abril (april), mayo (mei), junio (juni), julio (juli), agosto (augustus), septiembre (september), octubre (oktober), noviembre (november), diciembre (december). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 26 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Maanden in het Spaans: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 26 · Maanden & data 12 woorden
- enero januari
Enero es el primer mes.
Januari is de eerste maand.
- febrero februari
Febrero suele ser un mes corto.
Februari is meestal een korte maand.
- marzo maart
Suelo visitarlos en marzo.
Ik bezoek hen meestal in maart.
- abril april
El partido de baloncesto es en abril.
De basketbalwedstrijd is in april.
- mayo mei
Mi examen final es en mayo.
Mijn eindexamen is in mei.
- junio juni
Sabré la respuesta para junio.
Ik weet het antwoord in juni.
- julio juli
Julio es normalmente un mes muy cálido.
Juli is meestal een erg warme maand.
- agosto augustus
¿Podemos vernos de nuevo en agosto?
Kunnen we in augustus weer afspreken?
- septiembre september
Mis vacaciones son en septiembre.
Mijn vakantie is in september.
- octubre oktober
¿Es tu cumpleaños en octubre?
Is je verjaardag in oktober?
- noviembre november
¿Por qué llueve en noviembre?
Waarom regent het in november?
- diciembre december
Diciembre es el último mes.
december is de laatste maand.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Spaanse flashcards
Spaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Maanden in andere talen