Feestdagen & feesten in het Spaans
Feestdagen en feesten in het Spaans: el cumpleaños (de verjaardag), la fiesta (het feest), el pastel (de taart), la boda (de bruiloft), el Año Nuevo (nieuwjaar), los fuegos artificiales (het vuurwerk). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 135 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Feestdagen & feesten in het Spaans: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 135 · Feesten & feestdagen 12 woorden
- el cumpleaños de verjaardag
Ese es el cumpleaños de mi hermana.
Dat is de verjaardag van mijn zus.
- la fiesta het feest
Voy a ir a la fiesta.
Ik ga naar het feest.
- el pastel de taart
Les gusta comer pastel.
Ze eten graag taart.
- las velas de kaarsen
A ella le gustan las velas de cumpleaños.
Zij houdt van de verjaardagskaarsen.
- la tarjeta de cumpleaños de verjaardagskaart
Esta es una bonita tarjeta de cumpleaños.
Dit is een mooie verjaardagskaart.
- la boda de bruiloft
Una boda es un momento feliz.
Een bruiloft is een vrolijke tijd.
- el aniversario de verjaardag
Ellos celebran su aniversario anualmente.
Ze vieren elk jaar hun verjaardag.
- la graduación de diploma-uitreiking
Ella asistió a su ceremonia de graduación.
Ze was aanwezig bij haar diploma-uitreiking.
- el Año Nuevo nieuwjaar
El Año Nuevo es una época feliz.
Nieuwjaar is een vrolijke tijd.
- el festival het festival
Un festival une a la gente.
Een festival brengt mensen samen.
- el desfile de optocht
Vimos el colorido desfile.
We hebben naar de kleurrijke optocht gekeken.
- los fuegos artificiales het vuurwerk
Los fuegos artificiales iluminan la noche.
Vuurwerk verlicht de nacht.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Spaanse flashcards
Spaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Feestdagen & feesten in andere talen