Bij de dokter in het Spaans

Bij de dokter in het Spaans: el médico (de dokter), la medicina (de medicatie), la fiebre (de koorts), la tos (de hoest), el dolor de cabeza (de hoofdpijn), la farmacia (de apotheek). Hieronder staan alle 36 woorden over dit onderwerp uit de lessen 59, 80 en 81 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.

Leer deze 36 woorden in de app

Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.

Gratis downloaden
Download in de App Store Ontdek het op Google Play Scan met de camera van je telefoon

Bij de dokter in het Spaans: alle 36 woorden

Fout melden

Vertel ons wat er niet klopt. We bekijken elke melding.

Wat klopt er niet?

Tik op een plaatje om het te horen.

Les 59 · Gezondheid — basis 12 woorden

  • el dolor de cabeza de hoofdpijn

    Un dolor de cabeza nunca es divertido.

    Hoofdpijn is nooit leuk.

  • la fiebre de koorts

    Tiene una fiebre alta.

    Hij heeft hoge koorts.

  • la tos de hoest

    Mi tos no se me quita.

    Mijn hoest gaat niet weg.

  • el dolor de garganta de keelpijn

    Marry tiene dolor de garganta.

    Marry heeft keelpijn.

  • goteo nasal de loopneus

    Eso es goteo nasal.

    Dat is een loopneus.

  • mareado duizelig

    Me siento mareado después de girar.

    Ik voel me duizelig na het ronddraaien.

  • enfermo ziek

    Ella se siente muy enferma hoy.

    Ze voelt zich vandaag erg ziek.

  • la medicina de medicatie

    No olvides tomar tu medicina.

    Vergeet niet om je medicatie in te nemen.

  • la receta het recept

    ¿Es esta su receta, señor?

    Is dit uw recept, meneer?

  • el médico de dokter

    Un médico ayuda a mucha gente.

    Een dokter helpt veel mensen.

  • la farmacia de apotheek

    A veces visitamos la farmacia.

    Wij bezoeken soms de apotheek.

  • la clínica de kliniek

    El abuelo está ahora mismo en la clínica.

    Opa is momenteel in de kliniek.

Les 80 · Symptomen & pijn 12 woorden

  • el estornudo de nies

    Ese estornudo fue muy ruidoso.

    Die nies was erg hard.

  • los músculos doloridos de spierpijn

    Mi entrenamiento me dejó los músculos doloridos.

    Mijn training veroorzaakte spierpijn.

  • el calambre de kramp

    Los calambres en las piernas son lo peor.

    Kramp in je been is het ergste.

  • la tortícolis de stijve nek

    ¿Cómo me quito esta tortícolis?

    Hoe kom ik van deze stijve nek af?

  • el moretón de blauwe plek

    Tengo un moretón grande.

    Ik heb een grote blauwe plek.

  • el dolor de estómago de buikpijn

    Tuve dolor de estómago ayer.

    Ik kreeg gisteren buikpijn.

  • el dolor de muelas de kiespijn

    Eso es un dolor de muelas muy fuerte.

    Dat is een erge kiespijn.

  • dolor de espalda de rugpijn

    La abuela tiene dolor de espalda hoy.

    Oma heeft vandaag rugpijn.

  • el dolor de oído de oorpijn

    Tiene un dolor de oído ahora.

    Hij heeft nu oorpijn.

  • el agotamiento de uitputting

    Tu trabajo puede causar agotamiento.

    Je baan kan leiden tot uitputting.

  • la alergia de allergie

    Mi alergia es la peor en primavera.

    Mijn allergie is het ergst in de lente.

  • Me duele aquí. Het doet hier pijn

    Me duele aquí.

    Het doet hier pijn.

Les 81 · Pijntjes, wondjes & eerste hulp 12 woorden

  • llorar huilen

    El niño triste está llorando.

    Het verdrietige kind huilt.

  • caer vallen

    La fruta cae del árbol.

    De vrucht valt van de boom.

  • enfermo ziek

    El niño está muy enfermo.

    Het kind is erg ziek.

  • bien goed

    Hoy me siento bien.

    Ik voel me vandaag goed.

  • cortar snijden

    Ella corta el pan.

    Zij snijdt het brood.

  • la venda het verband

    Él le puso una venda en la herida.

    Hij deed een verband op de wond.

  • arder branden

    La leña seca arde rápidamente.

    Het droge hout brandt snel.

  • arañar krabben

    El gato me arañó el brazo.

    De kat krabde in mijn arm.

  • golpearse stoten

    Me golpeé la cabeza.

    Ik stootte mijn hoofd.

  • la cicatriz het litteken

    Él se tocó la vieja cicatriz.

    Hij raakte het oude litteken aan.

  • recuperarse herstellen

    Él se recuperó de la enfermedad.

    Hij herstelde van de ziekte.

  • curarse genezen

    La herida profunda se curará.

    De diepe wond zal genezen.

Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.

Snelle quiz

Vijf vragen over de woorden op deze pagina.

Bij de dokter in het Spaans: leer deze woorden in lessen van vijf minuten.

Afbeeldingen, native audio en herhalingen op precies het goede moment. Gratis op iPhone en Android.

Scan de code met de camera van je telefoon om de app te downloaden.