Dagen van de week in het Spaans
De dagen van de week in het Spaans: el lunes (maandag), el martes (dinsdag), el miércoles (woensdag), el jueves (donderdag), el viernes (vrijdag), el sábado (zaterdag), el domingo (zondag). Hieronder staan alle 12 woorden over dit onderwerp uit les 16 van de Flashcardly-cursus, elk met een afbeelding en native audio.
Leer deze 12 woorden in de app
Met afbeeldingen, native audio, en elk woord komt terug vlak voordat je het zou vergeten. Gratis op iPhone en Android.
Dagen van de week in het Spaans: alle 12 woorden
Tik op een plaatje om het te horen.
Het Nederlands is verborgen. Zeg het woord en tik dan op het grijze vak om jezelf te controleren.
Les 16 · Tijd & kalenders 12 woorden
- el lunes maandag
El lunes es el primer día.
Maandag is de eerste dag.
- el martes dinsdag
El martes siempre es divertido.
Dinsdag is altijd leuk.
- el miércoles woensdag
Ella va a casa el miércoles.
Ze gaat woensdag naar huis.
- el jueves donderdag
Él viene el jueves.
Hij komt op donderdag.
- el viernes vrijdag
El viernes es el mejor día.
Vrijdag is de beste dag.
- el sábado zaterdag
Salgo el sábado.
Ik vertrek op zaterdag.
- el domingo zondag
Descansaré el domingo.
Ik ga op zondag uitrusten.
- el día de semana de doordeweekse dag
Ella trabaja todas las mañanas de los días de semana.
Ze werkt elke doordeweekse ochtend.
- el fin de semana het weekend
¿A quién no le gusta el fin de semana?
Wie houdt er niet van het weekend?
- a diario dagelijks
Leemos el periódico a diario.
Wij lezen dagelijks de krant.
- semanalmente wekelijks
Suelo ver las noticias semanalmente.
Ik kijk meestal wekelijks naar het nieuws.
- mensual maandelijks
Pagan el precio mensual.
Zij betalen de maandelijkse prijs.
Gratis voor persoonlijk gebruik en in de klas. Leer je met papieren kaarten? Zo sorteer je ze in bakjes.
Meer Spaanse flashcards
Spaanse woorden per onderwerp
- Getallen1–100
- Rangtelwoorden12
- Dagen van de week12
- Maanden12
- Kleuren19
- Familie36
- Lichaamsdelen24
- Eten44
- Dieren36
- Kleding41
- Het weer24
- Begroetingen12
- Fruit16
- Groenten12
- Keuken & koken36
- Restaurant & eten bestellen48
- Geld25
- Huis & kamers48
- Beroepen36
- Gevoelens & emoties36
- School & schoolspullen48
- Vervoermiddelen48
- Reizen60
- De weg vragen48
- Voorzetsels18
- Plekken in de stad48
- Bij de dokter36
- Sport & spel60
- Hobby’s36
- Muziekinstrumenten12
- Natuur & planten36
- Planeten & heelal24
- Tijdsaanduidingen36
- Feestdagen & feesten12
- Vormen12
- Alsjeblieft & dank je wel24
- Small talk36
Woordenlijsten
Dagen van de week in andere talen